De blussende kolibrie

03 September 2026

De blussende kolibrie

Buurvrouw zegt: “We hebben een mooie zomer gehad.” Wellicht denken meer mensen zoals zij. Nochtans kenden we droogte, de grootste natuurbrand ooit in ons land, oversterfte en vroeggeboortes door de hitte, mislukte oogsten.Bijna droge rivieren, zodat kerncentrales moesten stilgelegd worden en het vrachtverkeer op de binnenwateren heel moeilijk verliep. Allemaal symptomen dat het met de natuur niet goed gaat.

Ook onze politici schijnen niet wakker te liggen van de hopeloze toestand waarin de natuur verkeert. Bomenkap gaat door, open ruimte wordt verder dicht gebouwd, akkers en braakland worden nog steeds gedraineerd. Mensen die wel om de natuur geven en in hun vrije tijd werken aan meer en betere natuur, waar iedereen van mee geniet, voelen zich als die kleine, vreemde kolibrie die ondanks alles iets probeert te doen.

 

De korte vertelling staat in het boek ‘Grondwerk’ van Tijl Nuyts. Ze gaat als volgt. In Afrika staat een woud in lichterlaaie. Alle dieren zitten wezenloos toe te kijken hoe hun leefgebied in vlammen opgaat. Ze voelen dat hun leven zoals ze het gekend hebben daar ophoudt. Plots zien ze een kleine vogel die ergens naar beneden duikt en dan naar de vuurzee scheert over de hoofden van de wouddieren. Het is een kolibrie, die daar niet thuishoort. Hij laat over de vlammen iets uit zijn bekje vallen: één enkele waterdruppel. Dan keert hij terug naar de poel waar nog water in staat.

 

De olifant vraagt de kolibrie wat hij van plan is. 
“Het vuur blussen, natuurlijk”, antwoordt de kolibrie. 
“Met zo’n kleine bek en dat druppel per druppel?”, reageert de olifant.
“Ik doe wat ik kan,” zegt de kolibrie,“en dat terwijl grote dieren met een ruime bek, waar ze veel meer water in kunnen opscheppen, gewoon toekijken.”

 

De grote dieren dat zijn de bedrijven, de intensieve landbouw en de bouw die klagen dat ze –al naargelang– onvoldoende groeien of te weinig exporteren, of geen grond hebben.
De kolibrie dat zijn de groepjes vrijwilligers die in kleine stukjes natuur zorgen dat er open ruimte behouden blijft, dat bomen nog zuurstof kunnen produceren, dat dieren nog nesten kunnen bouwen, dat ook zeldzame planten behouden blijven.
Het lijkt een verloren gevecht, zoals bij de dieren in het verwoeste woud.
Minister Brouns wil de natuur nog meer inkrimpen en nog minder middelen geven voor natuurbehoud- en herstel.

 

De achterliggende reden voor de klimaatcrisis en de vele rampen die eruit volgen is hebzucht. Rijken en superrijken willen méér en politieke partijen beloven welvaart, maar zeggen er niet bij dat ze meer welvaart voor rijken en superrijken bedoelen. Goedgelovige burgers hopen in die welvaart te kunnen delen, maar ondervinden dat zij hard moeten werken om die welvaart te helpen realiseren.

 

In die wereld van hebzucht, macht en geld is geen plaats voor het behoud van onze natuurlijke rijkdom. Het blijft dus vechten tegen beter weten in, maar de kolibrie geeft niet op.

 

Rita Van de Voorde