20 jaar Vlaamse Ouderenraad door de ogen van believer van het eerste uur Mieke Vogels
10 November 2025
20 jaar Vlaamse Ouderenraad door de ogen van believer van het eerste uur Mieke Vogels
De Vlaamse Ouderenraad viert z’n twintigjarig bestaan. Naar aanleiding hiervan zochten ze Mieke Vogels op, één van de politieke grondleggers ervan. In hun tijdschrift “Actueel” publiceerden ze volgend interview:
Hoe heb jij het OOK, de voorloper van de Vlaamse Ouderenraad, leren kennen?
“Ik had al contacten met enkele ouderenverenigingen in de jaren tachtig. Maar toen ik in 1985 verkozen werd in de Kamer Van Volksvertegenwoordigers, verdwenen die verenigingen een beetje van mijn radar. Mijn focus lag toen elders. Tot ik in 1999 minister van Welzijn, Gezondheid en Gezin werd. Het Ouderen Overleg Komitee (OOK), dat toen zo’n zes jaar bestond, kwam onder mijn aandacht omdat het uit diverse ouderenverenigingen bestond en duidelijk de kaart van het pluralisme trok: ze brachten ouderen samen, over de kleuren van organisaties heen. Mijn interesse was gewekt, want ik was erg geboeid door principes zoals basisdemocratie.”
“De eerste vraag die de leden van het OOK me stelden, was of ze een eigen secretariaat konden krijgen. Ze wilden namelijk hun werking verder uitbouwen en professionaliseren. Je moet weten dat het secretariaat van het OOK die tijd beurtelings een plek had bij één van de lidorganisaties. Een mooie gedachte, maar dat zorgde voor heel wat praktische en logistieke uitdagingen. Bovendien bleef het zo een vrijblijvend overleg tussen de ouderenverenigingen. Een eigen secretariaat zou de werking vergemakkelijken, duurzaam kunnen maken en voor échte beleidsimpact kunnen zorgen. Op 1 december 2001 hebben we dat kunnen verwezenlijken. We maakten subsidies vrij en het OOK kon starten met een onafhankelijk secretariaat in de Koningsstraat in Brussel.”
Dus er was een locatie voor het OOK. Maar er was nog geen Vlaams beleid rond ouderenparticipatie op dat moment?
“Inderdaad. Dat was een ander cruciaal element: de structurele inbedding van ouderenparticipatie in het Vlaams beleid. Er stonden wel zaken op papier, maar er kwam nooit boter bij de vis. Ik wilde inspraak van ouderen écht gaan verankeren. En in mijn ogen kon je dat enkel maar doen via een decreet. Maar gemakkelijk is dat niet geweest, want het heeft tot 2004 geduurd voor het ‘Decreet houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen’ van de grond kwam.”
“Enkele politieke partijen waren van mening dat er geen apart decreet voor ouderenparticipatie nodig was, maar dat dat inclusief aangepakt moest worden. Uiteraard begreep ik dat, maar dat gaat alleen zo in een ideale wereld. Tot de tijd dat ouderen niet als volwaardige partner in het beleid gezien worden, is er een apart decreet nodig. Samen met enkele partijen hebben we jaren aan het decreet getimmerd.”
Wat stond er in dat decreet?
“Daar stond in dat er een Vlaamse Ouderenraad moest komen die de algemene opdracht had om, zowel op eigen initiatief als op verzoek van de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement, advies uit te brengen over alles wat ouderen aanbelangt. Zoals vandaag ook nog het geval is. Cruciaal was dat daarbij steeds rekening werd gehouden met de noden en verwachtingen van ouderen zelf.”
“Je mag dat effect niet onderschatten. Plots werd bepaald dat de leden van de Vlaamse Regering bij alle belangrijke dossiers rond ouderenbeleid advies moeten vragen aan een Vlaamse Ouderenraad. Men kon dus niet naast de die organisatie kijken en de raad zou een vaste gesprekspartner in het Vlaamse beleid worden. Daarnaast werd bepaald dat er een Vlaams ouderenbeleidsplan moest komen en een coördinerend minister. Ook dat lezen we nog steeds in de huidige versie van het decreet.”
“In die eerste versie van het decreet werd bovendien veel aandacht geschonken aan het lokale ouderenbeleid. Maar in 2012 werd het decreet herbekeken. De ambities rond dat niveau zijn sindsdien helaas minder ambitieus benoemd.”
Uiteindelijk kwam het decreet er wanneer je geen minister van Welzijn, Gezondheid en Gezin meer was. Heb je daar spijt van?
“Dat is het lot van politiek en van politici. Zo gaat dat nu eenmaal. Natuurlijk is het spijtig dat ik zelf die kers niet op de taart heb kunnen zetten, maar het belangrijkste is dat het decreet er was. Ik heb mee het zaadje mogen planten en intussen is dat een heel mooie boom geworden.”
Van zodra het decreet er was, werd er zo’n Vlaamse Ouderenraad gezocht die het officieel inspraakorgaan van ouderen voor de Vlaamse regering zou worden. Was het al snel duidelijk dat dat het OOK zou worden?
“Inderdaad. In navolging van dat eerste decreet, kwam er in 2005 het ‘Decreet houdende de aanstelling en de subsidiëring van de Vlaamse Ouderenraad’. Er moest dus een vereniging erkend worden als Vlaamse Ouderenraad. En de meeste ouderenorganisaties zaten al in het OOK, dus daar konden we niet naast kijken. Het was eigenlijk een evidente keuze. Dus op 2 september 2005 werd het OOK officieel erkend als Vlaamse Ouderenraad.”
Hoe werd er in die periode naar ouderen gekeken?
“Ik heb het gevoel dat toen de idee ontstaan is dat we ouderen vooral als een probleem moeten beschouwen. Er waren bijvoorbeeld studies over hoeveel de pensioenen ons in de toekomst gingen kosten, waardoor men concludeerde dat er te veel ouderen waren. Woorden zoals ‘zorginfarct’ werden toen voor het eerste in de mond genomen.”
Zou je kunnen stellen dat de beeldvorming over ouderen maar weinig veranderd is de dag van vandaag?
“Klopt. Die teneur is er vandaag, twintig jaar later, helaas nog steeds. In onze maatschappij lijk je enkel maar mee te tellen als je actief meedraait op de arbeidsmarkt. En dat sterkt mij in het idee dat we meer dan ooit de stem van ouderen moeten laten horen. We moeten tonen dat ouderen heel wat diverse en actieve rollen opnemen in onze maatschappij. En wat dat betreft is de Vlaamse Ouderenraad zeker nog niet onmisbaar. Er is nog steeds veel werk aan de winkel.”
“Ik geef vaak het voorbeeld dat we met z’n allen eens twee weken zouden moeten gaan staken, de 65-plussers. Ga maar na wat er dan allemaal wegvalt in onze samenleving: kleinkinderen worden niet meer van school opgehaald, er zijn geen rondleidingen meer in musea, geen mantelzorgers, geen vrijwilligers in sportclubs of verenigingen en noem maar op.”
Hoe lossen we dat op?
“De Vlaamse Ouderenraad verzet daar heel wat werk. De gezamenlijke brief samen met de Vlaamse Jeugdraad vind ik bijvoorbeeld een heel sterk initiatief. Op die manier benoemen we samen dat jongeren en ouderen vaak heel gelijkaardige uitdagingen hebben en vaak op dezelfde drempels botsen. Die moeten we samen aanpakken. Wat mij betreft mogen er nog meer intergenerationele initiatieven komen! Die zorgen voor meer verbinding in onze samenleving.”
“De Vlaamse Ouderenraad is bovendien heel sterk in het zélf naar ouderen toe stappen. Jullie gaan actief op zoek naar hun verhalen en signalen. Via de verschillende ouderenorganisaties, maar ook door de lokale ouderenraden te ondersteunen. Dat zorgt ervoor dat jullie een brede blik hebben en de vinger aan de pols houden. Jullie weten heel goed wat er allemaal speelt bij ouderen, ondanks hun grote diversiteit.”
“Uiteraard heeft jullie organisatie niet alles in de hand. Wat de media over ouderen schrijft, bijvoorbeeld, kunnen jullie niet allemaal controleren. Maar het recente advies over beeldvorming van ouderen, biedt voor de overheid en voor de media heel wat stof tot nadenken.”
Welke thema’s moeten we in de toekomst nog meer vastpakken?
“Ik hoor dat nabije en kwaliteitsvolle dienstverlening het onderwerp is van de nieuwe sensibiliseringscampagne. Dat juich ik enorm toe. Iedereen heeft daar recht op, maar dat is niet altijd en overal gegarandeerd. Waar kan je tegenwoordig nog een babbeltje slaan met een medewerker? Of hulp krijgen als er weer eens een nieuwe digitale toepassing ontstaat? Ik ben dus heel benieuwd naar die campagne.”
“Ik merk bovendien dat er in mijn omgeving veel mensen zich zorgen maken over wie er voor hen gaat zorgen, als ze zorgnoden krijgen. Het begrip ‘vermaatschappelijking van de zorg’ wordt vaak in de mond genomen, maar zoals ik daarstraks zei, wordt mantelzorg vaak als minderwaardig gezien ten opzichte van betaalde zorg. Daar moet iets aan veranderen, want we lopen het risico dat zorg elitair wordt.”
“Blijf vooral veel samenwerkingen met partners opzetten. Niet enkel met gekende organisaties, maar blijf ook over het muurtje kijken. Samen staan jullie sterk.”
Zou je het vandaag opnieuw doen, de oprichting van een Vlaamse Ouderenraad ondersteunen?
“Absoluut! Jullie zijn meer dan ooit nodig. Ik zou durven zeggen dat de Vlaamse Ouderenraad echt ogen kan doen openen op diverse niveaus. Alle thema’s waarrond jullie werken, brengen van de Dorpsstraat tot de Wetstraat iets in beweging. De verbindingen die jullie opzoeken tussen thema’s, dat is bewonderenswaardig en dat is ook waar het voor mij initieel om moest draaien: een brede blik op ouderen, ondanks hun leeftijd of hun achtergrond.”
Het volledige nummer van actueel kan je hier bekijken. (*)

Mieke Vogels