De opinies van Linus
04 Maart 2026
Linus Vandenhaute combineert zijn studie wijsbegeerte met een parttime job als buschauffeur. Hij woont, werkt en studeert in Gent, waar het Zilverblad hem opzoekt.
Toen begin januari koning Winter ons land heel even in zijn greep had, publiceerde De Standaard een opiniestuk dat Linus hen toegezonden had. Aan het stuur van zijn bus merkte hij hoe de winterse weersomstandigheden ons een utopie voorschotelden. In tegenstelling tot de onheilsberichten over ellende en overlast op de wegen, ervaarde hij traag, maar vlot verkeer, waar bestuurders zich hoffelijk en solidair gedroegen. “Wat een verademing bracht die sneeuw met zich mee”, schreef Linus. “Iedereen was extra voorzichtig. We werden gedwongen om te vertragen, want haast kon op zo’n moment fataal zijn”.
Voor zijn ogen ervaarde Linus een utopie, waarin de wegen er voor iedereen zijn en er solidariteit ontstond tussen alle weggebruikers. Gezapig ging iedereen vooruit en velen lieten de auto thuis. Even snel als de utopie zich toonde, smolt ze helaas weer weg toen de sneeuw opnieuw verdween. Jammer...
Met zijn opiniestuk over hoe het winterse weer ons een utopie toonde, was Linus niet aan zijn proefstuk toe. Vorig jaar deelde hij zijn ervaringen, nadat hij in het centrum van Gent in een fietsstraat door een auto aangereden was en ten val kwam. Dat de bestuurder van de auto in de fout was, was overduidelijk. Maar nu, wat moest er nu gebeuren? Om een kapot fietslicht, een gescheurde broek en enkele schaafwonden te vergoeden, kreeg Linus een paar bankbiljetten toegestopt, die hem uiteindelijk een wrang gevoel bezorgden: “Het is alsof ik leef in een wereld, waarin we, als we maar wat cash op zak hebben, zwakke weggebruikers zonder zorgen omver kunnen rijden”.
Dat Linus aan het stuur van een bus belandde, is geen toeval. In het middelbaar was hij gefascineerd door de hippiecultuur. Ook de film Into the Wild sprak hem enorm aan. Zo ontstond bij hem het idee om later in een bus te gaan wonen. Dan heb je natuurlijk een rijbewijs nodig. Dat is duur –zeker voor een student–, maar wanneer een werkgever jou een gratis opleiding aanbiedt, is het best haalbaar.
Door in de stad zowel met een gemotoriseerd voertuig als met een fiets te rijden, ervaart Linus het verkeer op een andere manier. “Door zelf met een groot voertuig rond te rijden, krijg je toch meer respect of aandacht voor andere grote voertuigen”, stelt hij.
Hoewel in het drukke verkeer zijn geloof in de mensheid soms onder druk komt te staan, blijft hij net als auteur Rutger Bregman geloven dat “de meeste mensen deugen”. Helaas blijft een enkele negatieve ervaring je bij, terwijl de positieve snel worden vergeten.
“Ik heb altijd in de stad gewoond en fantaseer vaak hoe de ideale stad eruit kan zien”, vertelt Linus. “Bijvoorbeeld hoe de stad er in de eerste plaats kan zijn voor haar bewoners. Een deel van de Gentse binnenstad is autovrij, maar ook daar rijden bussen en taxi’s. Kan dat anders? En wat met de openbare parkings? Nog altijd lokken zij het autoverkeer naar de stad, terwijl aan de rand van de stad de park-and-ride-parkings onderbenut blijven. Wat indien de parkings in de binnenstad gebruikt zouden worden door de inwoners en de auto’s uit het straatbeeld zouden verdwijnen?”
Voorlopig wellicht radicale plannen, maar je mag blijven dromen, niet? En misschien schrijft Linus er wel een volgend opiniestuk over?
Mark De Geest