Balans van de pensioenhervorming
04 Maart 2026
De pensioenhervorming is definitief goedgekeurd en gaat in vanaf 2027. Ons systeem is alweer véél ingewikkelder geworden. En de Belgische pensioenen worden veruit de laagste van West-Europa.
Het wordt erg ingewikkeld
Bovenop de huidige wetgeving komen er vier verschillende nieuwe systemen, waardoor je pensioen kan dalen en je vroegste pensioendatum kan veranderen. Voor elk daarvan zal je een aantal dagen ‘effectief’ moeten gewerkt hebben; maar wat telt als een effectieve werkdag is voor elk systeem verschillend. Zo wordt ziekte en tijdskrediet nu toch als werk geteld voor de malus. En ook om met de oude regels op vervroegd pensioen te kunnen. Om aan 5000 gewerkte dagen te komen, om te genieten van het minimumpensioen, telt tijdskrediet dan weer alleen mee, als het genomen wordt voor je zieke kinderen of voor palliatieve zorg.
Computers zullen het nog wel kunnen verwerken, maar voor gewone mensen wordt het onmogelijk om nog te begrijpen waarop je recht hebt en waarom.
Grootste besparingen
N-VA en MR zijn de grote ‘winnaar’ van deze pensioenhervorming. Zij slaagden erin om 2/3 of zo’n € 11 miljard van de bijkomende pensioenuitgaven in 2070 weg te werken en dat uitsluitend door besparingen; niet door meer solidariteit of herverdeling. Door de besparingen vooral te richten op mensen die van een uitkering moeten leven, gaat het pensioen van hun eigen achterban, zelfstandigen en ondernemers, slechts met 3% achteruit. Werknemers leveren 8,2% in, ambtenaren meer dan 12%. Vergeten we ook niet dat de bijna 200.000 uitgesloten werklozen geen pensioen meer opbouwen als ze zonder inkomen of op leefloon belanden.
De afschaffing van de indexaanpassingen gedurende één legislatuur is de grootste besparing, goed voor een achteruitgang van 3%. Het is nog maar de vraag of die welvaartsaanpassingen terug ingevoerd zullen worden na 2030. Op vraag van Dieter Van Besien moest Jambon toegeven dat de pensioenen met 24% zullen dalen tegen 2070 als die welvaartsaanpassingen niet heringevoerd worden.
De indexering van de pensioenen wordt ook met 3 maanden uitgesteld. Bij pensioenen boven € 2000 euro bruto –45% van de pensioenen– zal twee maal slechts een centenindex van € 40 worden toegekend.
De ambtenaren zullen langer moeten werken en bovendien beduidend minder pensioen krijgen, doordat hun pensioen geleidelijk aan berekend zal worden op het loon van hun ganse loopbaan. Jonge of toekomstige ambtenaren zullen de facto gedownsized worden tot het niveau van de privésector.
Het rijdend personeel van de spoorwegen verliest meest van al. Elk jaar zal hun pensioenleeftijd met één jaar opgetrokken worden. Dat noemen ze dan ‘geleidelijkheid’.
Mensen met een zwaar beroep in de privésector verliezen hun brugpensioen. De ploeg- en nachtarbeiders, de bouw en mensen die met onderbroken diensten werkten in de horeca. Nochtans beloofde de regering Michel al, toen ze de wettelijke pensioenleeftijd op 67 jaar bracht, dat er uitzonderingen zouden komen voor de zware beroepen. Het tegendeel gebeurt nu onder de regering De Wever.
Wie deeltijds werkt (vooral vrouwen) is de grote verliezer van de pensioenhervorming. Zij zullen voortaan minstens halftijds moeten werken om een jaar te laten mee tellen voor vervroegd pensioen. En om de malus te ontwijken. Bovendien wil deze regering het overlevings- en echtscheidingspensioen afbouwen, wat ook voor meer dan 90% door vrouwen wordt gebruikt.
_____
Jef Maes is ex-federaal secretaris van het ABVV en auteur van ‘Onze sociale zekerheid. Ervaringen en voorstellen.’, EPO.