Vrede, is dat echt teveel gevraagd?

01 December 2023

Vrede, is dat echt teveel gevraagd?

Vrede, is dat echt teveel gevraagd?

Ik zit niet op de eerste rij als er in Gaza of Cherson weer een kind van onder het puin wordt gehaald. Klein of groot menselijk leed, ik slaap er niet van. Het verkort mijn leven en dat is zonder dat toch al aan zijn kortste eindje geraakt.

Ik had dat al in de lagere school. Als het over Den Oorlog ging, dan wist ik niet waar ik moest kruipen. Was het schrik? Het was zeker verdriet. In het jaar 1944 kreeg een nichtje per ongeluk een Duitse kogel in het hoofd. Die was onder een poort door weg geketst. Die Frits had dat zeker niet zo bedoeld, maar krijg het maar eens thuis! Bijna twintig jaar later babbelden wij er nog altijd over. Ik had Godelieveke nooit gekend, maar onze rouw was er niet minder om. Oorlog, dat deugde niet. Hoeveel miserie kan een mens verdragen?

Tijdens het Sint-Ceciliafeest, na de koffiekoeken, werd er in ‘t college een schone film getoond. “The Sullivans”, een film uit ‘44. Vijf broers trekken ten oorlog, willen niet van elkaar wijken en sneuvelen alle vijf. Van zingen kwam er niets meer, want snikkend zag ik Cecilia niet meer komen. Volgens ons moeder was dat allemaal echt gebeurd. Het mocht best wat minder zijn.

Alle grote vaderlandse oorlogen, van 14-18 tot Vietnam, zetten mij op het pad der Gewetensbezwaarden, onder het motto: “Van dien boer geen eieren”. En als je er al levend uitkomt, een dode Duits was ook een kind van zijn moeder. Ik had vier jongens van ‘Die Brücke’ zien vallen voor Führer und Vaterland. Verschrikkelijk. Blèten dat ik deed. Roemeense soldaten dachten dat een soldaat de zonden van zijn slachtoffers meeneemt naar het Laatste Oordeel. Dan doe je geen oog meer dicht.

In 1967 werd er in onze klas hartelijk gelachen met Egyptische soldaten die zich bij Gaza met een ondergepieste broek uit de loopgraven hesen, om zich aan de heldhaftige Israëlische soldaten over te geven. Stel je voor, je krijgt bom na bom op je donder en dan lachen ze je nog uit ook. En dat gaat zo nog altijd maar door. We sukkelen van de ene oorlog in de andere. Je mag van geluk spreken als je alleen maar in je broek piest en niet in frennen vaneen wordt geschoten!

De eerste keer dat ik buiten de Bijbel van Gaza heb gehoord, was in een documentaire over Palestijnse vluchtelingen; kindjes bij wie de vliegen in en uit hun ogen kropen. Honger en rampspoed overal. Mensen die al bijna twintig jaar uit hun huizen waren verdreven. Ik kon er niet bij. Ik had hier mensen gekend die in WOI een jaar in een Hollands kamp hadden gezeten. Die vonden dat al niet te doen. Kèn je nagaan: twintig jaar! Die Palestijnen konden niet eens terug naar hun huizen. Daar zaten Joodse vluchtelingen in.
Leen haar Letse tante Myra, die was gaan lopen voor de Russen, had in ‘45 in een Displaced Persons Camp gezeten. Geen twintig jaar! Gaan ze dat nu lappen bij die gevluchte Oekraïners? Dat laat Nicole De Moor niet toe! Trouwens, waar ga je hier zo’n groot kamp neerpoten? Stuivenberg mag niet van Onze Burgemeester. Misschien lukt het wel in Albanië of Rwanda?

Toen de oorlog in Oekraïne een maand bezig was, vond ik dat Zelensky zich maar moest overgeven. Niet eervol, maar iemand moest de slimste zijn! Niet hij, dus. Van Netanyahu verwacht ik niets en ook niet van die van Hamas. Ze gaan zij daar in Gaza én in Cherson nog veel kinderen van onder het puin moeten opgraven. Gewoon ophouden. Is dat zo moeilijk?

 

Frans Roggen