Maandag 24 augustus 2026
We zijn nog maar pas aangekomen in Eupen als Andreas Jerusalem ons al breed lachend tegemoet komt om de “Groene Vlamingen” welkom te heten in de hoofdstad van “Ost Belgiën”. We verblijven in een gerenoveerd 18de -eeuwse klooster dat eigendom is van de Duitse Gemeenschap.
Tijdens de picknick op het terras is er al wat tijd om kennis te maken met elkaar en wordt de dagplanning besproken. In de namiddag verkennen we het oude stadscentrum van Eupen (“de bovenstad”) onder begeleiding van drie gidsen.
We starten de wandeling in het klooster Heidberg dat gesticht werd in 1698 door de zusters Recollectinen (Franciscanessen-orde).
De burgemeester van Luik vroeg aan koning Karel II van Spanje om in Eupen een klooster voor de Recollectinen te stichten. De koning verleende toestemming op voorwaarde dat er een openbare meisjesschool zou worden opgericht. De zusters kochten een weide op de Heidbergheuvel om een klooster te bouwen. Door geldgebrek konden de geplande gebouwen slechts geleidelijk worden verwezenlijkt, de bouw van het klooster duurde tot 1727. Eerst gaven de zusters alleen les aan dochters uit welgestelde families. Zij leerden lezen, schrijven, rekenen en naaien.
In de daaropvolgende jaren kregen de zusters herhaaldelijk tegenslagen te verduren. Tijdens de Franse Revolutie spanden de zusters zich hardnekkig in om in het klooster te mogen blijven door ook voor een basisonderwijs voor alle kinderen te zorgen. Ze moesten zich echter onthouden van alle kloosterlijke activiteiten en mochten alleen wereldlijke kleding dragen. Als zogenaamde vrouweninstelling behielden ze het eigendom van het klooster en de school.
Na achttien jaar mochten de zusters hun habijt weer dragen. Het klooster en de school beleefden toen een echte bloeiperiode.
In de 20ste eeuw breidt de school verder uit. Nu huisvest ze een kleuter-, lager- en buitengewoon onderwijs en draagt de naam Pater Damiaan School.
We dalen de Heidberg af naar de Werthplatz. Een historisch plein dat nauw verbonden is met de rijke traditie van de wol- en lakennijverheid in de 17de en 18e eeuw. Oorspronkelijk was dit een moerassig gebied (Werth of Wirth betekent riviereiland) waar de Gospertbach doorstroomde. Nu is deze beek verborgen onder het plein en de straten.
De Gospertbach speelde een cruciale rol bij het wassen, vollen en verven van wol tot laken tijdens de bloeiperiode van de Eupense textielindustrie. Het zachte, kalkarme water uit de Hoge Venen was essentieel voor de verwerking van ruwe wol tot hoogwaardig wollen laken. De ruwe schapenwol zit vol vet (lanoline), zweet, mest en vuil. Aan de oevers van de Gospertbach werd de wol grondig gewassen in het stromende water. Soms gebruikte men urine (vanwege de ammoniak) of soda om het hardnekkige wolvet te verwijderen. Na het wassen werd de wol op nabijgelegen weiden te bleken en te drogen gelegd. Pas daarna kon de wol worden ontward (gekaard) en gesponnen tot garen, waarna het op het weefgetouw tot een grove stof werd geweven.
Maar dan was het nog geen laken, maar een losse, stugge wollen stof. Om hier een dichte, wind- en waterdichte stof van te maken, moest het laken worden gevold. Dit viltproces gebeurde in de volmolens langs de beek. De stof werd urenlang gestampt in een mengsel van warm water, vollersaarde (een speciale klei) en urine. Door de wrijving, de zuren en het water haakten de wolschubben in elkaar, waardoor de stof tot wel een derde kromp en veranderde in een dik, zacht en compact laken. Het zachte water van de Gospertbach was ook perfect voor het verfproces, omdat het de helderheid van de plantaardige en minerale kleurstoffen (zoals meekrap voor rood of indigo voor blauw) niet beïnvloedde.
Vervolgens werden de natte lakens buiten op de Heidberg op grote houten raamwerken (lakenramen) gespannen en strakgetrokken (opgerekt) om op de juiste breedte plooiloos te drogen.
Het weven en spinnen gebeurde eerst grotendeels thuis als nevenactiviteit bij de armere boerengezinnen. De mannen namen vooral in de wintermaanden het weven op zich, terwijl vrouwen en kinderen zich bezighielden met het spinnen. In de 18de eeuw verplaatsten de verschillende bewerkingen van de wol tot laken zich naar "manufacturen". Het kwam erop neer dat spinners, wevers en ververs niet meer in hun eigen huis, maar gezamenlijk op een werkvloer hun eeuwenoude arbeidshandelingen verrichtten.
Het laken uit Eupen was van een zeer goede kwaliteit en werd over de hele wereld geëxporteerd. Vooral zwart en donkerblauw laken voor uniformen en pakken waren heel gewild.
Vanaf de 19de eeuw kwam de mechanisering van de wolindustrie in een stroomversnelling maar tegen het einde van de eeuw hadden ze hun beste tijd gehad. De wol- en textielindustrie doofde in de loop van de 20ste eeuw volledig uit.
In de 18e eeuw lieten de rijkste families, die hun fortuin hadden vergaard met de textielhandel, prachtige herenhuizen in Maaslandse stijl bouwen. Deze woningen, vaak voorzien van tuinen en smeedijzeren poorten, symboliseren de verfijning en het economische succes van de stad.
De Werthplatz in Eupen vormt een historisch kernpunt van de rijke laken- en wolnijverheid. De statige barokke gebouwen rond het plein werden destijds gebouwd door rijke lakenfabrikanten en koopmannen. Het Ehemaliges Kaufmannshaus (Werthplatz 5-9) werd in 1744 gebouwd in opdracht van de machtige lakenfabrikant Aegidius Grand Ry, naar een ontwerp van de Akense architect J.J. Couven. Het driehoekige gevelreliëf toont de godin Fortuna en diverse handelssymbolen die direct verwijzen naar de bloeiende wolhandel. In dit pand bevindt zich een magnifieke, rijk bewerkte marmeren schoorsteenmantel in rococo-stijl met de voor architect Couven zo typerende asymmetrische schelpmotieven (rocailles). Nu is het pand in gebruik als meersgezinswoning.
Op de Werthplatz werd in 1811 een oorlogsmonument ingewijd ter nagedachtenis aan de gesneuvelden van de Oostenrijks-Pruisische oorlog van 1866 en de Frans-Pruisische oorlog van 1870-71. Het monument beeldt Sint-Joris (Pruisen) af die de draak (Frankrijk) doodt.
We vervolgen onze excursie en staan stil bij de andere mooi gerenoveerde patriciërswoningen o.a. Haus Grand Ry (Gospertstraße), nu de zetel van de regering van de Duitstalige Gemeenschap, Haus De Ru, nu het Stadtmuseum van Eupen, het Klösterchen (Hufengasse), oorspronkelijk een woonhuis van een lakenfabrikant, later Franciscanessenklooster, nu een bejaardentehuis en tenslotte nog een voormalig koopmanshuis van de familie Grand Ry, nu de kantoren van het Duitstalig dagblad Grenz-Echo (Marktplatz).
Een ander pronkstuk in het centrum is de Sint-Niklaaskerk. De kerk werd tussen 1721 en 1729 gebouwd in renaissancestijl naar een ontwerp van de Akense stadsbouwmeester Laurenz Mefferdatis. Het onderste gedeelte van de zuidelijke toren stamt nog uit de 12e eeuw en maakte deel uit van een eerdere gotische kerk. Dit is een van de oudste bewaard gebleven bouwwerken in Eupen. Het barokke hoogaltaar uit de jaren 1740–1744 is ontworpen door de architect Johann Joseph Couven en gefinancierd door lokale lakenhandelaars wiens namen in de kerkbanken gegraveerd staan.
De neogotische Friedenskirche of Vredeskerk (een protestantse kerk) uit de 18de eeuw, met opvallende verzinkte, smeedijzeren torenspits wordt ook bewonderd net zoals enkele vakwerkhuizen.
Bij het beeld van “De clown” (beeld van J. Brown) vertelt de gids over de “Oude wijven”. Oude Wijven Carnaval (Altweiber of Vette Donderdag voor de aanvang van de vasten) is de officiële start van het eeuwenoude carnaval waarbij vrouwen symbolisch de macht overnemen in de stad en geen enkele man veilig is. Dit diepgewortelde volksgebruik is een cruciaal onderdeel van het lokale erfgoed in de Duitstalige Gemeenschap.
Al in 1696 zouden de weefgetouwen in Eupen tijdens carnaval drie dagen stil hebben gestaan zodat iedereen kon meevieren. De oorsprong van de traditionele bonte carnavalskleding in Eupen is direct verbonden met de lokale lakenindustrie. De arbeiders kregen de toestemming om overgebleven lapjes laken uit de fabriek mee naar huis te nemen. Hiermee naaiden zij hun kleurrijke carnavalskostuum, bekend als "D'r Läppkes" (het lapjeskostuum).
Veel wijzer klimmen we terug de berg op naar Kloster Heidberg. Na de avondmaaltijd is er nog meer tijd om ons aan elkaar voor te stellen en bij te praten.
Verslag Tony en Erika
Bekijk hier een uitgebreide fotoreportage van deze dag.
Foto's: Lieve Sn, Herman, Karin, Wim, Gerda, Nora, Lieve Se, Fons, Myriam, Betty, Vera
