Bramen, brandnetels en distels

Een stekelig en netelig onderwerp van groot belang

Veel mensen vinden distels, bramen en brandnetels vuil. Het zijn planten die meestal opduiken waar ze niet gewenst zijn. Bovendien zitten ze vol stekels en netelharen. Een veelvoorkomende reactie is: 'weg ermee'. Ho! Even opgelet.

Belangrijke planten

Wie de vele vooroordelen opzij kan zetten, zal beamen dat braambessen en bramenconfituur lekker zijn. Brandnetelkaas is tegenwoordig vrij sterk ingeburgerd en wie ooit brandnetelsoep proefde, kan niet anders dan die ook lekker vinden. Imkers weten dat distels een belangrijke bron van nectar zijn voor de bijen in de zomer.  Thee van distelbloemen is dan weer zoet en versterkend.

Alle distels op een rijtje

In de Vlaamse Ardennen komen een vijftal distelsoorten algemeen voor. De meest algemene zijn de akkerdistel en de speerdistel. De akkerdistel is een doorlevende soort die voorkomt op verstoorde terreinen, zoals akkers. Deze distel is het meest van al een doorn in het oog is van landbouwers. Ze zijn bang dat het zaad van pluizende distels kilometers ver verspreid wordt. Toch heeft onderzoek al meermaals uitgewezen dat kiemkrachtig zaad zich slechts binnen een radius van veertig tot zestig meter van de moederplant verspreidt. De pluizen die ver vliegen, zijn voor  negenennegentig  procent leeg.

De speerdistel is een stevige, tweejarige plant. Na de bloei in het tweede levensjaar sterft de plant helemaal af. De zaden moeten op open grond neerdalen om tot ontkieming te komen. De grotere zaden van deze distel zijn het lievelingsvoer van veel vogels. In het najaar pleisteren trekkende vinken graag op uitgebloeide speerdistels.

Iets minder voorkomende distels zijn de kruldistel en de kale jonker. De kruldistel groeit op iets vochtigere, verstoorde grond. In onze streek vind je hem vooral in de Scheldevallei en de valleien van de grotere zijriviertjes, zoals bijvoorbeeld de Zwalm.

De kale jonker is een hoog opschietende, vrij kale plant.  Je vindt deze soort op natte tot drassige grond, zoals op natte stukken weiland en in brongebieden.

De vijfde distelsoort is een buitenbeentje. De moesdistel heeft gele bloemen en een nauwelijks stekelig blad. Hij groeit langs beken en vochtige bosranden.

Distels: bron van voedsel

Distels zijn goede nectarplanten. In ons verarmde landschap waarin nog nauwelijks bloemenvelden te vinden zijn, zijn bloeiende distels vaak de enige bron van voedsel voor talrijke vlinders en andere insecten. Het is onder meer voor bijen belangrijk dat er gedurende de hele zomer eten te vinden is. Distels zijn tegenwoordig vaak de enige planten die grote hoeveelheden nectar en stuifmeel bieden. Onderzoek bewees al herhaaldelijk dat met het verdwijnen van de distels, ook de aantallen vlinders drastisch verminderen.

Brandnetels: noodzakelijk voor jonge vlinders

Terwijl volwassen vlinders nectar en stuifmeel nodig hebben om zich te voeden, eten ze als  rups  planten. Voor heel wat (ooit) alledaagse dagvlinders is de grote brandnetel een waardplant. De rupsen van atalanta, dagpauwoog, landkaartje, gehakkelde aurelia, kleine vos hebben brandnetels nodig als voedsel. Zonder netels zouden we deze prachtige vlinders ook niet zien. Bovendien is het niet eender waar en hoe die netels groeien. Zo wil kleine vos graag jonge netels om haar eitjes op af te zetten, landkaartje wil netels langs beekjes en op vochtige plaatsen. Behalve deze dagvlinders, zijn er meer dan twintig soorten nachtvlinders waarvan de rupsen op brandnetels groot moeten worden, om nog te zwijgen van een hoop andere insecten. Veel van deze algemene insectensoorten vormen op hun beurt het stapelvoedsel (= basisvoedsel) voor insectenetende vogels. De grote brandnetel is dus bijzonder belangrijk als basis van een voedselpiramide.

Stekelstruiken: onderschat ze niet

In de regio van de Vlaamse Ardennen komen meer dan vijftig soorten bramen voor, met elk hun specifieke eigenschappen. Sommige soorten bloeien vroeg in het jaar, andere pas laat in de herfst. Allemaal samen leveren ze nectar, pollen en vruchten over het hele zomerhalfjaar.

Braamstruweel (dicht struikgewas) biedt voedsel en beschutting voor tal van vogels en kleine zoogdieren. Illustere soorten zoals de nachtegaal verdwijnen met het vernietigen van het struweel, waarin vanouds nachtenlang hun goddelijke gezang te horen is. De eikelmuis vindt in het braamstruweel zowel dierlijk voedsel als bessen. Voor de ree is braamblad  het hele jaar rond basisvoedsel.

Bramentuin

In natuurgebied ‘ Burreken (Maarkedal, Brakel, Horebeke) is een bramentuin. De verschillende soorten bramen zijn op afzonderlijke perceeltjes geplaatst en met een folder erbij krijg je uitleg over de diverse soorten. Proeven mag, maar plukken in grote hoeveelheden is niet de bedoeling.

Tags: