Hoe Antwerpse burgerbewegingen de democratische politiek veranderden

Oosterweel, BAM-tracé, Lange Wapper, de Antwerpse mobiliteitsknoop beheerst geregeld het nieuws. Onlangs kwam er dan het historisch akkoord tussen burgerbeweging en overheid. Ongelooflijk wat mondige burgers hebben bereikt. Walter Lotens, filosoof en auteur, beschrijft hoe ze het voor mekaar hebben gekregen. Dirk Barrez is auteur en hoofdredacteur van de nieuwsbrief en website PALA.be. Hij stelt vijf fundamentele en onbeantwoorde vragen over het akkoord. Walter Lootens reageert instemmend op Barrez. Het is het e-zine De Groene Belg die de drie teksten verzamelde. Erg de moeite voor mensen die bekommerd zijn voor de toekomst van hun kleinkinderen. Zelfs als je de ontwikkeling van deze strijd tussen David en Goliath van dichtbij hebt gevolgd.

Historisch werd het toekomstverbond genoemd dat op 15 maart 2017 werd afgesloten tussen de Vlaamse en Antwerpse overheid en de burgerbewegingen Ringland, stRaten-Generaal en Ademloos. Dat predicaat sloeg niet alleen op de doorbraak in verband met de bereikbaarheid en leefbaarheid van de havenstad, maar ook op de politieke paradigmaverschuiving die zich in de loop van de 21 jaar bakkeleien rond Oosterweel is beginnen af te tekenen.

Dit controversiële dossier gaat immers niet alleen over technisch ingewikkelde kwesties die men best overlaat aan specialisten, maar misschien nog veel meer over hoe het besluitvormingsproces in heel die tijd ook een lange weg heeft afgelegd. Manu Claeys van stRaten-Generaal, één van de trekkers, heeft een paardenstaartje en past, noch vestimentair, noch qua stijl in het klassieke politieke plaatje. Op Claeys en zijn twee kompanen, Wim Van Hees van Ademloos en Peter Vermeulen van Ringland - en op al die wakkere Antwerpenaren daarachter! - wil ik in dit artikel focussen.

‘Het primaat van de politiek is deze week volledig doorbroken,’ zegt Manu Claeys in De Standaard. ‘Het historische aan de foto’s die woensdag gemaakt werden, is dat politici en burgers elkaar de hand drukten. De plaats van de burgerbewegingen in dit verhaal, het aanduiden van een intendant... er zijn begrippen en procedures gelanceerd die nooit meer zullen verdwijnen.’(i)

Gesloten en technocratisch

Bekeken vanuit het perspectief van onderuit kan men, ruwweg geschetst, vier periodes onderscheiden in wat generatielang een David-Goliathstrijd is geweest. In de eerste fase die van 1997 tot 2004 loopt, is er sprake van een gesloten en technocratische besluitvorming die als volgt verliep. In 1997 brak de Antwerpse gouverneur Camille Paulus voor het eerst een lans voor het rondmaken van de Antwerpse ring. Om een maatschappelijk draagvlak te creëren riep hij in zijn provinciehuis een ‘Staten-Generaal’ bij elkaar waaraan politici, havenbaronnen, bedrijfsleiders, middenstanders, maar ook vakbonden en zelfs milieugroepen deelnamen. Er werd een masterplan opgesteld waarachter de stad, de provincie, de Vlaamse administratie, het Havenbedrijf en De Lijn zich schaarden.


In 2003 richtte de Vlaamse regering dan haar technocratische arm op, de BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel), die als taak kreeg dat Masterplan vorm te geven. In complete stilte en discretie sleutelden de ingenieurs en architecten van de BAM aan de maquette van een dubbeldeksbrug die als de Lange Wapper gedoopt werd en een nieuwe landmark in de skyline van Antwerpen moest worden.

Vele monden, ook van politici, vielen open van verbazing en adoratie, bij het aanschouwen van de indrukwekkende maquette, maar tegelijk begonnen er ook alarmbellen te rinkelen, omdat er achter al dat fraais ook een ongemakkelijke waarheid schuil ging. Gewone burgers begonnen zich vragen te stellen over de impact op de omgeving van wat het BAM-tracé en de Lange Wapper was gaan heten.

Verzet van onderuit

In deze tweede fase ontstaat er een beweging van burgers die zelf op onderzoek uitgaan. In 2004 had de bewonersgroep BorgerhouDt van Mensen al een voorstel gelanceerd om een gedeeltelijke overkapping van de ring te maken om Borgerhout intra en extra muros en het nabijgelegen Rivierenhof meer op elkaar te kunnen betrekken. Twee leden van de actiegroep stRaten-Generaal, Manu Claeys en Peter Verhaeghe, gingen zelfs nog een stapje verder.

In eerste instantie schreef Manu Claeys een opgemerkt opiniestuk in De Standaard waarin hij een kritische noot liet horen over de bejubelde Lange Wapper. Het idee om autoverkeer in grote stromen zo dicht naar de stad te halen, noemde hij ‘de vergissing van de eeuw’.

Maar er was meer. Aan een Borgerhoutse keukentafel tekende stRaten-Generaal een alternatief tracé uit om de kleine ring rond Antwerpen te vervolledigen met daarin vier alternatieve scenario’s voor de Oosterweelverbinding: een nulscenario, een ingetunnelde Oosterweel, twee noordelijke bypasses – het stRaten-Generaal-tracé en het Meccanotracé (de namen kwamen later) – die doorgaand verkeer voortaan rond de stad zouden leiden.

Claeys en Verhaeghe beantwoordden volledig aan het profiel van de mondige en deskundige burgers die zich belangeloos en volledig inzetten voor een belangrijk maatschappelijk project waar zij zich ten zeerste bij betrokken voelden. Dat gewone burgers zich gingen ‘bemoeien’ met iets dat alleen weggelegd zou zijn voor experten viel niet in goede aarde, noch bij de meeste politici, noch bij de BAM-specialisten.

stRaten-Generaal kreeg het zeker in die beginjaren zwaar te verduren, niet alleen van politici maar ook van de pers volgens wie de actievoerders door hun optreden - wie vertegenwoordigen trouwens nu drie man en een paardenkop van wie dan nog één met een paardenstaartje? - alleen maar stokken in de wielen kwamen steken om de start van de werken af te remmen. In ‘Stilstand’, een dik boek over machtspolitiek, betweterbestuur en achterkamerdemocratie in het Oosterweeldossier geeft Manu Claeys stapels voorbeelden van de denigrerende houding gaande tot openlijke obstructie van de Vlaamse overheid. Waarom moest de nieuwe gevangenis in Beveren precies daar komen waar ook een deel van een mogelijk alternatief tracé voorzien werd?

Versterking van Ademloos


Gelukkig kreeg stRaten-Generaal bondgenoten. Op 31 december 2007 werd Ademloos opgericht. Dat was het resultaat van een bijeenkomst van een aantal bezorgde, niet meer zo jonge Antwerpenaren van de linkeroever. ‘Zwijgen is voor een medicus geen optie.’ Die gevleugelde woorden werden uitgesproken door dokter Guido Verbeke en Ademloos was geboren. Ze waren met zijn zevenen toen. Ook ex-reclameman Wim Van Hees was van de partij. Ademloos focuste van in het begin op de fijn stof-problematiek, die Antwerpen bij een Lange Wapper-oplossing en een BAM-tracé, een open riool door de havenstad, massaal naar adem zou doen happen.

StRaten-Generaal en Ademloos vonden elkaar en werden ideale partners: de studaxen rond mobiliteit en stadsontwikkeling kregen versterking van een ervaren en gedreven ex-reclameman die zijn expertise inbracht om expliciet het milieuthema uit te vergroten. Vanaf dag 1 waren Ademloos en stRaten-Generaal in nauw overleg en contact met elkaar. Via hun dossierkennis, goed uitgekiende strategie en doorzettingsvermogen zorgden zij ervoor dat de BAM-plannen voor de Lange Wapper crashten. De actiegroepen gingen zonder middelen maar met zeer veel inzet en voluntarisme aan de slag. Vooral Ademloos kreeg een zeer gemotiveerd vrijwilligersteam op de been dat zo maar eventjes 82.000 handtekeningen inzamelde. Ruim 17.000 voor een petitie van spreekrecht in het Vlaams parlement, afgesloten per einde juli 2008, en ruim 65.000 voor een volksraadpleging in Antwerpen.

Alleen verkozenen mogen spreken!

Naarmate de aanhang van StRaten-Generaal en Ademloos groter werd en zeer openlijk aan de poten van de Lange Wapper en de deskundigheid van de BAM begon te zagen, begonnen ook de Antwerpse en Vlaamse politici, ondersteund door een deel van de pers – voornamelijk De Standaard, maar ook De Morgen – aan een beschadigingsoperatie, vaak ook ad hominem. Dat gebeurde zeker vanaf 18 oktober 2009, datum van de eerste volksraadpleging waarin 59, 24 procent van de Antwerpse bevolking zich uitsprak tegen het BAM-tracé. Kleine David haalde de Goliath van de BAM onderuit.

‘Ik ben het beu,’ zei Marc Van Peel toen in Gazet van Antwerpen. De Antwerpse havenschepen sprak openlijk uit wat veel politici al heel lang vonden. ‘De pretentie waarmee stRaten-generaal en Ademloos zich gedragen alsof alleen zij de democratie belichamen en beschermen tegen al die door en door slechte politici, heb ik in mijn loopbaan nog nooit meegemaakt. Ik vind het gevaarlijk als mensen zich opwerpen als de enigen die het bij het rechte eind hebben en elke tegenspraak via de media aan de schandpaal nagelen. Mag ik erop wijzen dat die politici wel verkozen zijn en de actievoerders niet?’ (ii)

Ook Yves Desmet ging in een editoriaal in De Morgen dezelfde toer op. ‘Het is duidelijk dat een meerderheid binnen de Vlaamse regering kiest voor de optie van de Oosterweelverbinding, inclusief de betwiste Lange Wapper. Dat is ook haar goed recht: zij zijn democratisch verkozen en gemandateerd om dit soort beslissingen te nemen.’ (iii) In hetzelfde interview insinueert Van Peel dat Ademloos een opgeklopte psychose rond het fijn stof had gecreëerd en dat zij maar eens moeten bewijzen 60.000 (sic!) handtekeningen bij elkaar te hebben gebracht. Voor Van Peel en andere machtspolitici was het duidelijk: de representatieve democratie moest ongestoord haar werk kunnen blijven doen.

Meer burgerparticipatie

Wijze socioloog Luc Huyse kwam in Knack van 21 oktober 2009 tot een heel andere conclusie: ‘Het Oosterweeldossier leert ons in elk geval dat de tijd van de vluchtige, kort levende actiegroepen voorbij is. De actiecomités die zich verzet hebben tegen de Lange Wapper waren iets helemaal anders dan bijvoorbeeld de Witte Beweging na de affaire-Dutroux. Het leert ons ook dat politici zullen moeten leren leven met de controle en kritiek van zulke actiegroepen die voortaan het best van meet af aan betrokken kunnen worden bij zulke megaprojecten. Want megaprojecten zijn van deze tijd en we weten nog niet goed hoe we de democratische besluitvorming erover moeten organiseren.’

Dat was ook de mening van Filip De Rynck, docent aan de Gentse hogeschool, die met zeer veel respect over de actievoerders sprak: ‘Die actieve burgers hebben het referendum als breekijzer moeten gebruiken om binnen te breken in wat tot dan een zeer gesloten en technocratische besluitvorming was geweest.’ (iv) En hij voegt eraan toe: ‘Het moet niet aan burgers worden verweten dat door die aanpak nu veel tijd verloren gaat. Het is al zo vaak geschreven: meer tijd voor participatie in de voorbereiding wint men altijd terug door een snellere want meer gedragen uitvoering. Geen tijd voor participatie in de voorbereiding leidt tot ontzettend veel tijdverlies in de uitvoering. De volksraadpleging in Antwerpen is een wel erg dure herbevestiging van deze al lang bekende basisregel.’

Politicologen en wetenschappers van buiten Antwerpen die heel dit dossier met argusogen volgden, beaamden dit. Politicoloog Carl Devos van de Universiteit Gent onderstreepte: ‘Dit is het nieuwe middenveld. Intellectuelen met een grondige dossierkennis, die politici doen twijfelen. Hen het vuur aan de schenen leggen. Ze moeten dat vooral blijven doen. Want als het duizend procent zeker was dat de brug de beste oplossing was dan hadden StRaten-generaal en Ademloos niet meer bestaan.’

Het was dus zeker niet toevallig dat de ‘Prijs voor de democratie’ in 2010 precies aan stRaten-Generaal en Ademloos werd uitgereikt met volgende kanttekening van de jury daarbij: ‘Het gaat om onafhankelijke burgernetwerken die zich zelfstandig rond een thema organiseren. Zeer opmerkelijk is dat het niet alleen gaat om een eisenstrijd, om verzet tegen bestaande beleidsplannen gaat, maar dat er gebruik wordt gemaakt van expertise en kennis om alternatieve voorstellen uit te werken. Zo wordt de kwaliteit van de politiek verhoogd door de discussie inhoudelijk te stofferen en de standpunten van de politieke partijen te bevragen.’

Om haar gezicht te redden vaardigde de Vlaamse overheid op 24 september 2010 dan het zogenaamde dubbelbesluit uit waarin maar zeer ten dele werd tegemoet gekomen aan het meccanotracé, bedacht door stRaten-Generaal, maar waarbij het BAM-tracé, ondanks de tegenstem van de Antwerpenaar, in sleufvorm bleef behouden.

Ringland


De Antwerpse actiegroepen en de overheid bleven zeer koele minnaars, maar vanaf 2013 begon er met het verschijnen van Ringland een nieuwe periode in de Antwerpse beweging van onderuit. Het positieve verhaal van Ringland met de volledige overkapping van de ring en de scheiding van lokaal en doorgaand verkeer, door architect-ingenieur Peter Vermeulen op een bierviltje getekend, kreeg dadelijk veel aandacht.

Nieuwe en jonge krachten hielpen met zeer hedendaagse middelen dit wervende verhaal uit te dragen: via benefietavonden in De Roma, optredens in het Nachtegalenpark, Ringlandvlagplantingen, maar ook wetenschappelijke ondersteuning van academici werd het maatschappelijk draagvlak fors verhoogd. stRaten-Generaal, Ademloos en Ringland en al hun genereuze vrijwilligers zorgden ervoor dat het enthousiasme voor een overkapte Antwerpse ring ook naar de politiek van het ‘Schoon Verdiep’ oversloeg. Zou het ‘voortschrijdend inzicht’ het dan toch kunnen halen op de hautaine houding van het branieachtige ‘beslist beleid’?

Het kantelmoment

Manu Claeys: ‘De zaak kantelde nadat wij in de zomer van 2015 een klacht hadden ingediend bij de Raad van State. De Vlaamse overheid besefte dat er geen andere optie was dan de verschillende scenario’s wetenschappelijk te analyseren, op basis van cijfers over verkeersstromen waarover we het allemaal eens waren. In die periode werd intendant Alexander D’Hooghe aangesteld. We mochten experten aanbrengen. Ze durfden hun premisse – “Oosterweel en niets anders” – loslaten. Er sneuvelden taboes, ook aan onze kant. Zo hebben we elkaar gevonden, al bleef het tot de laatste dagen een dubbeltje op zijn kant.’ (v)

Het werd een spel van geven en nemen waarbij de actiegroepen twee sterke troefkaarten achter de hand hielden: het gunstig arrest van de Raad van State op hun bezwaarschrift en de meer dan 75.000 handtekeningen die, indien nodig, de weg naar een volgende volksraadpleging mogelijk maakten.


Tijdens de persconferentie had Alexander D’Hooghe, die een belangrijke rol gespeeld heeft in de toenadering tussen overheid en actiegroepen, het over een lasagne met vier lagen, vier gedeelde engagementen.

Omdat alle partijen zich konden vinden in zijn voorstel van een ‘radicaal haventracé’ lieten de actiegroepen hun procedure voor de Raad van State vallen. De drie burgerbewegingen die mee ‘het toekomstverbond voor bereikbaarheid en leefbaarheid’ ondertekenden blijven de komende jaren wel betrokken bij het project. (Ik onderstreep in dat toekomstverbond deze passage: ‘Alle partijen vinden het essentieel dat het conflictmodel wordt ingeruild voor een nieuw samenwerkingsmodel waarbij de Vlaamse overheid, lokale overheden, burgerbewegingen en andere maatschappelijke actoren hun kompas richten op de realisatie van maatregelen, acties en projecten om een bereikbare en leefbare Antwerpse stadsregio te creëren.’)

‘We rekenen op een blijvende samenwerking tussen burgers, overheden en experts', benadrukte ook Alexander D'Hooghe op de persconferentie. ‘Daarom hebben we een werkgemeenschap opgericht waarin die drie zijn vertegenwoordigd. Daarnaast komt er een regioraad, waarin alle gemeenten uit de regio - een dertigtal - mee kunnen nadenken over de investeringen in mobiliteit.’

Representatieve én participatieve democratie

Filip De Rynck die het Antwerpse dossier al jaren volgt, becommentarieert de overeenkomst als volgt: ‘Het is nieuw dat politici aanvaarden dat verkiezingen niet de enige bron van legitimiteit zijn en door rechtstreekse onderhandelingen erkennen dat actiegroepen evenzeer legitimiteit inbrengen. Het toont aan dat de representatieve democratie en de participatieve democratie niet tegen elkaar moeten worden uitgespeeld maar in elkaar verweven kunnen worden.’ (vi)

Hij voegt er nog aan toe: ‘Als het Antwerpse akkoord ertoe zou leiden dat de Vlaamse overheid de Antwerpse ervaringen als voortschrijdend inzicht gebruikt; als de stadsbesturen, ook dat van Antwerpen, weer meer willen investeren in het opbouwen van een draagvlak voor grote stadsprojecten (inclusief bemiddeling); als de Antwerpse burgerbewegingen inspirerend zouden zijn voor andere burgerorganisaties: dan wil ik in een volgend opiniestuk het adjectief ‘historisch’ gebruiken. En dan zou Antwerpen, andermaal, als laboratorium functioneren voor bestuurlijke en democratische vernieuwing in Vlaanderen.’

Dat vindt ook David Dessers. In zijn stad Leuven kent men volgens hem ook dergelijke ingewikkelde dossiers. Een voorbeeld: het Parkveld, een open ruimte en landbouwgebied in Heverlee, dat bedreigd wordt door plannen voor een nieuw bedrijventerrein en een nieuwe residentiële wijk. ‘Er is minder geld mee gemoeid dan in Antwerpen maar dat dossier sleept intussen ook wel al méér dan 20 jaar aan. De Raad van State heeft de plannen al meermaals vernietigd. De actievoerders verzamelden reeds twee maal voldoende handtekeningen om het woord te kunnen nemen tijdens de gemeenteraad. Bovendien werkte de actiegroep zelf interessante alternatieven uit en zegt de advocaat nog heel wat munitie op zak te hebben. Wordt het niet tijd om ook hier rond de tafel te gaan zitten om na te gaan of de actievoerders en het bestuur elkaar kunnen vinden rond een aantrekkelijk toekomstbeeld voor Parkveld, dat aansluit op de klimaatneutrale ambities? Waarom zou een stadsbestuur schrik hebben van een volwassen dialoog met de eigen bevolking? Waarom zou in Leuven niet lukken wat in Antwerpen wel lukte?’

In zijn laatste boek ‘De democratie voorbij’ gaat die andere Leuvenaar Luc Huyse op zoek naar voorbeelden om de democratie te verrijken en daarvoor vermeldt hij uitdrukkelijk de Antwerpse actiegroepen die voor hem een nieuw en dynamisch segment van het maatschappelijk middenveld representeren. De bonte wereld van de kleinschalige comités in buurten, wijken en straten die je overal ziet opduiken zijn volgens Huyse de onmisbare spelers op dat middenveld dat de brug kan vormen tussen bevolking en politiek. Zij kunnen vaak putten uit de juridische, planologische, mediatechnische, sociologische en politicologische deskundigheid van hun leden. Met z’n allen weten ze goed dat politiek personeel en ambtenaren niet altijd meer een kennisvoorsprong hebben.

Als voorbeeld vermeldt hij de Antwerpse koepel van buurtverenigingen De Ploeg, waartoe ook Manu Claeys behoort, die actief is de stationsbuurt. In de Kievit II-fase werd projectontwikkelaar Kairos die in opdracht van Electrabel een nieuw kantoorgebouw wilde neerzetten in de wijk, teruggefloten door een gefundeerd bezwaarschrift van De Ploeg en in plaats van een zoveelste juridische strijd aan te gaan zijn projectontwikkelaar en buurtbewoners, samen met architect Stéphane Beel, aan tafel gaan zitten en daaruit ontstond een leefbaar compromis voor alle betrokken partijen.

Ook voor de invulling van Kievitsfase III werd intussen eenzelfde procedure gevolgd, want vertegenwoordigers van De Ploeg gingen met Christian Van Thillo en zijn architecten aan tafel om de plannen te bespreken voor een nieuw hoofdkwartier van Het Pershuis, een van de machtigste mediaconcerns in Vlaanderen.

In een openhartig interview met De Standaard zegt Manu Claeys over zijn twaalfjarige strijd: ‘Het besef dat ik voor de burger een plek zocht in het politieke spel hield mij gaande. Dat was de strijd achter de strijd.’ Die plek lijkt nu intussen veroverd, maar Manu Claeys beseft zeer goed dat er ruimtes moeten gecreëerd worden waarin de representatieve en de participatieve invulling van democratie op elkaar kunnen worden afgestemd. ‘In de ideale wereld sluiten verkozenen een pact met de burger. Infrastructuurprojecten, onderwijs, klimaat, kinderarmoede, vluchtelingen...: er zijn een hoop problemen waarmee we over vier jaar een pak verder willen staan. En we nemen de burger mee op het niveau waar die het best ingeschakeld wordt. Dat kan door “veilige ruimtes” te creëren waarbinnen de problemen door een facilitator grondig in kaart worden gebracht. Die gaat na over welke premissen iedereen het eens is. Pas dan ga je kijken naar oplossingen.’ (vii)

Walter Lotens, 21 maart

i De Standaard van 18 maart 2017

ii In Gazet van Antwerpen van 06-04-2009

iii Yves Desmet, Vooruit. In: de Morgen van 30 maart 2009

iv Zie de Standaard van 9 oktober 2009

v Zie De Standaard van 18 maart 2017

vi Zie De Morgen van 17 maart 2017

vii Zie De Standaard van 17 maart 2017


Tot daar een stevig overzicht van het dossier dat focust op de burgerbeweging en haar historisch resultaat. Hieronder de reactie van Dirk Barrez


Oosterweel: vijf onbeantwoorde vragen

Natuurlijk moet het goed leven kunnen zijn in Antwerpen. Zeker wanneer daarvoor 15 miljard euro en meer nodig is, komt het erop aan ook de belangrijkste vragen te beantwoorden… zoals: hoeveel stijging van het zeewater kan de stad én de haven aan? Het is DE vraag die er toe doet voor alle grote havensteden, van Rotterdam tot Shanghai.

Ja, het is goed nieuws dat politiek en samenleving elkaar kunnen vinden in een compromis over Oosterweel en de mobiliteitsaanpak in Antwerpen. Toch moet het feestje over de belangrijkste investering in deze regio in tientallen jaren verstoord worden. Er dreigt veel geld in het water te worden gegooid doordat cruciale vragen niet zijn gesteld, en nog minder beantwoord.

Een duur feestje, maar hoe duur?

1. Allereerst deze evidente vraag: hoeveel zal dit feestje kosten?

We lezen: overkapping 9 miljard, Oosterweel 3,5 miljard, extra tunnels… We zitten al snel aan een schatting van 15 miljard, en meer dan waarschijnlijk minimaal 20 miljard euro echte uitgaven. Dit soort bouwwerken blijkt altijd duurder in werkelijkheid, nooit goedkoper. Ook de nodige investeringen in openbaar vervoer moeten nog worden bijgeteld. Graag de totaalsom dus, en geen onderschatting.

Wat schiet er over voor alle andere belangrijke zaken?

2. Vervolgens, als tweede cruciale vraag, hoe zwaar tasten deze kolossale uitgaven de investeringscapaciteit in de komende decennia aan van deze regio? Vertel het de samenleving want ze moet het weten om ernstig te kunnen oordelen, en af te wegen met al die zo noodzakelijke en dringende investeringen in hernieuwbare energie, in een uitgebreid fietsnetwerk en openbaar vervoer, in duurzaam wonen, in scholen, in zorg, in circulaire economie en industrie, in agro-ecologische landbouw, in een vitaal platteland met al even vitale centrumsteden…

Hoeveel stijging van het water kan Antwerpen aan?

http://www.demorgen.be/wetenschap/hoe-global-warming-de-kaart-van-belgie-zal-hertekenen-be01b305/

3. Dan, de vraag die er in de 21ste eeuw echt toe doet voor alle grote investeringen in havensteden, van Rotterdam tot Shanghai. Hoeveel stijging van het zeewater kan de stad Antwerpen aan, en kan de haven aan? Wat als we over vijftien of twintig jaar al deze kunstwerken hebben gebouwd… en de vandaag zo robuuste industrie in het havengebied dan tot de conclusie komt dat het veiliger is om elders te investeren en dus wegtrekt uit Antwerpen? Wat als het bestuur tot de conclusie komt dat de stad de strijd tegen het oprukkende water op termijn niet aankan? En als vele inwoners het zekere voor het onzekere verkiezen, en verhuizen?

We weten niet precies hoe snel en hoeveel de zee zal stijgen; maar wel dat ze zal stijgen, dat de scenario’s niet rooskleuriger worden en zelfs dat het veel sneller zou kunnen gaan dan mensen voor mogelijk willen houden.

Het verplicht onze overheden om alle burgers te vertellen hoeveel stijging van het water elke plek aankan.

En het belet misschien dat we twintig en meer miljard euro letterlijk in het water gooien terwijl we het geld hard nodig hebben om ons leven te organiseren in een ‘nieuw’ en fel gekrompen land.

De mismatch van de overkapping

4. Fundamenteler dan vorige vraag kan ze niet zijn, maar er wacht nog een intrigerende vierde vraag die om een antwoord smacht. Als een volledige overkapping van de Antwerpse ring minimaal 9 miljard euro kost, is dat werk niet alleen maar toch in belangrijke mate gericht tegen de uitstootoverlast van het huidige wegverkeer. Die strijd is terecht, in de eerste plaats om het recht op gezondheid te vrijwaren. Maar wanneer die 9 miljard en meer ooit uitgegeven geraken, moet en zal het wegverkeer al grotendeels de transitie hebben gemaakt naar hernieuwbare energie. Tegen de uitstoot komt de overkapping altijd te laat, het is wat dat betreft een gigantische mismatch. Dan is het toch efficiënter om de nodige mobiliteit overal nog veel sneller op vooral elektrische sporen te brengen: fiets, tram, auto, trein en ander vrachtverkeer… Het is immers veruit te verkiezen om een probleem bij de kern aan te pakken dan in zijn gevolgen. Daarmee halen we zelfs lang voor de toch wel prijzige overkapping er ooit komt betere luchtkwaliteit, en niet enkel in ringland.

De verkeerde haveninvesteringen

5. Opnieuw naar de haven, om er de haveninvesteringen in vraag te stellen die in dit land tot vandaag onterecht vanzelfsprekend blijven. Onafwendbaar zal Europa en de wereld overstappen op hernieuwbare energie en een circulaire economie. We zullen steeds minder steenkool, olie of gas aanvoeren, tot die handelsstromen zelfs bijna opdrogen. Hoe meer we producten, componenten en materialen langer gebruiken, hergebruiken, herwinnen en recycleren, hoe drastisch minder aanvoer van nieuwe grondstoffen noodzakelijk is, hoe ingrijpend ook de import van halffabricaten of van producten zal dalen. Laat het een wake-up call zijn voor al wie droomt van nog meer intercontinentale havencapaciteit in Vlaanderen, Nederland of elders. Gaan we echt zo dom zijn om nog vele honderden miljoenen euro in het water te gooien voor nieuwe havendokken in plaats van in een duurzame economie te investeren? Beseffen we dat er een tijdperk nadert van jaarlijkse krimpcijfers wat betreft het aantal intercontinentale containers en dus vrachtwagens dat vanuit de haven de Antwerpse ring bestormt? Ook dat is een reden om nog eens op een heel andere manier naar het vele geld voor Oosterweel – en voor de haven - te kijken.

Vervelend, onbegrijpelijk en niet te pardonneren

Ja, het is vervelend dat deze vijf vragen na al die jaren onbeantwoord zijn. Het is zelfs onbegrijpelijk dat in de 21ste eeuw sommige ervan zelfs niet zijn gesteld. Maar vooral: over Oosterweel en al wat ermee samenhangt beslissen zonder deze vragen te beantwoorden, is een niet te pardonneren stommiteit. De antwoorden zijn noodzakelijk om een democratisch gedragen beslissing te zoeken bij al wie betrokken is; de voorgestelde investering is zo groot dat het om alle burgers gaat.

Dirk Barrez, 22 maart

Oorspronkelijk gepubliceerd: http://pala.be/nl/opinie/oosterweel-vijf-onbeantwoorde-vragen

De auteur is hoofdredacteur van PALA.be. Zijn recentste boeken zijn ‘TRANSITIE. Onze welvaart van morgen’ en ‘Coöperaties. Hoe heroveren we de economie ?’


De hoofdredacteur van De Groene Belg, Jan-Pieter Everaerts, legde de vragen van Dirk Barrez voor aan Walter Lotens. Die stelt dat het compromis wel een overwinning is voor de participatieve democratie. Maar het levert geen roodgroene paradigmaverschuiving op. Hij verduidelijkt zijn termen.

 ​

Veel meer bondgenoten nodig

Ik kan volledig instemmen met de zeer pertinente opmerkingen van Dirk Barrez die de horizon van Vlaanderen en België, zowel ruimtelijk als in de tijd ver overschrijden. In dit land is er nog lang geen sprake van een roodgroene paradigmaschift die uitgaat van een diep milieu- en sociaal gedeeld bewustzijn om de catastrofale problemen die op moeder aarde en zijn bewoners afkomen te keren.

De euforie van geen grenzen aan de groei waarvan de westerse maatschappijen van na de Tweede Wereldoorlog doordrongen waren, is weliswaar getemperd maar beheerst nog steeds het leven (wonen, eten, verplaatsen, vakantie, enz) van de meeste mensen.

De benadering van het mobiliteitsprobleem is daarvan een schrijnend voorbeeld.

De conceptie van de Antwerpse ring en de Kennedytunnel was in de eerste plaats bedacht om koning auto plaats en verplaatsingsmogelijkheid te bieden. Verder werd niet gedacht. Wanneer dan op het einde van vorige eeuw Oosterweel op de proppen kwam, werd er ook nog steeds gedacht in ‘oplossingen’ van de 20ste eeuw.

Het is pas, onder invloed van de actiegroepen dat niet alleen gezocht werd naar de oplossing voor een mobiliteitsprobleem, maar dat ook de thema’s leefmilieu en stadsontwikkeling expliciet naar voren werden geschoven.

Dat heeft natuurlijk geen roodgroene paradigmaverschuiving te weeg gebracht – wel een politieke, waardoor de representatieve democratie met haar beslist beleid gecounterd werd door het voortschrijdend inzicht dat mede werd binnengebracht door de expertise die de actiegroepen in de loop van 21 jaar bakkeleien rond Oosterweel hebben opgebouwd. Dat is niet onbelangrijk en kan een voorbeeldfunctie hebben om de democratie op een participatieve manier te verdiepen.

Maar de grote vragen over de toekomst van de wereld waarin wij leven die Barrez en jij en ik en zovele anderen zich stellen, blijven natuurlijk overeind. Ik merk dat in de beweging van onderuit het roodgroene bewustzijn sterk aanwezig is, maar dat blijft vooralsnog een contrapunt omdat in de Belgische en mondiale context de mantra van economische groei met al zijn verwoestende gevolgen nog steeds dominant aanwezig is.

Een beweging van onderuit is niet machteloos, zeker niet, dat bewijst het Oosterweeldossier. Ze kan op dit ogenblik in de transitie naar een sociaalecologische samenleving de rol van aanjager spelen, maar er zullen nationaal en internationaal veel meer bondgenoten nodig zijn om dat proces te versnellen.

De politieke conjunctuur zit op dit ogenblik niet mee, noch Belgisch, noch wereldwijd. Van onderuit beweegt er heel wat maar zolang dat toekomstgerichte denken en handelen van onderuit niet zijn vertaling vindt in de politiek van een ondersteunende partnerstaat of liever nog partner- EU die, om het kort door de bocht te zeggen, liever lange termijn en doordachte maatregelen wil nemen om& onze planeet te redden in de plaats van halsstarrig militaire aankopen te blijven doen, blijven die veranderingsgezinde beentjes te kort.

Er is hoop in het besef dat het anders kan, maar… er is nog heel veel werk aan de winkel.



BronDe Groene Belg - Onafhankelijk Belgisch e-zine – 24/3/2017 


De Groene Belg is een onafhankelijke uitgave van vzw Mediadoc. Voor alle correspondentie: mediadoc.diva@skynet.be