Groen!Plus
Home | pensioenen | 'Vergrijzing van België is het binnenfietsen van Scherpenheuvel'


lettergrootte aanpassen

 boek Het spookpensioen 'Vergrijzing van België is het binnenfietsen van Scherpenheuvel'


Gilbert De Swert , gewezen chef ACV-studiedienst, stelde zijn boek " Het spookpensioen" voor aan het Groen!Plus bestuur. De noodzakelijke extra-inspanning om de pensioenen en de RSZ veilig te stellen is volgens hem geen loodzware beklimming van een Alpencol, maar eerder het binnenfietsen van Scherpenheuvel! We vatten zijn betoog in het kort samen...

2011 wordt een demografisch rampjaar genoemd voor de sociale voorzieningen :
- Een groot aantal nieuwe gepensioneerden (het begin van de naoorlogse babyboom wordt nu 65 jaar)
- De groep op arbeidsleeftijd (15 tot 64 jaar, Europese norm) daalt
- De groep 60+ is voor het eerst groter dan de groep 20-.
Pessimisten en bankenwereld waarschuwen voor een niet meer te beklimmen Alpencol. Catastrofe tegen 2030. En nog erger tegen 2060!
Maar is het pensioenprobleem een spook dat ons bedreigt? En wat kunnen we er nog aan doen om het te verdrijven?


Planbureau

Bij zijn kritische analyse laat De Swert zich leiden door de cijfers van een onafhankelijke instantie, het Planbureau.
Weliswaar groeit de groep 65+ sterk, wat kostelijk is, maar ook de andere groepen groeien, doordat de gehele bevolking toeneemt.


1. De groep tot 15+

Dit zijn op lange termijn de actieven. Hun aantal stijgt weer. De vruchtbaarheid per vrouw is in België gestegen van 1,4 naar 1,8;

2. De groep van 15 tot 64 (de " actieven")

Deze groep stijgt ook in absolute cijfers, van 7,1 miljoen nu naar 7,5 miljoen (2030) en 8 miljoen (2060). (Vooral door migratieoverschot.)
Belangrijker is evenwel dat binnen deze groep het aantal voltijdse banen zal toenemen. Nu is dat 66% binnen de groep, maar de verwachting is een stijging tot 70%, of het huidige Europese gemiddelde.
Dit kan bekomen worden door verdere activering van de vrouwen (de vrouwen zullen de RSZ redden!), jongeren minder lang nutteloze studies te laten doen, het einde van de loopbaan uitstellen, niet door verhoging van de pensioenleeftijd van 65, maar inperking van de brugpensioenen. Wie zwaar werk levert, moet vlugger kunnen stoppen.
Het planbureau voorziet 5 miljoen werkenden in 2030, tegenover 4,5 miljoen nu.


3. De groep 65+

Deze groeit sterk aan, in absolute cijfers en in procenten. Bovendien verzorgen de meesten zich zeer goed, zodat de levensverwachting blijft stijgen. Dit geeft momenteel 140 niet-werkenden voor 100 werkenden. Het Planbureau verwacht per 100 werkenden in 2030 144 niet-werkenden en in 2060 151.
Dit vergt een extra uitgave voor pensioenen en medische kosten :
Tegen 2030 : € 13 miljard, of 3,8 % van het Bruto Binnenlands Product (BBP)
Tegen 2060 : € 19 miljard, of 5,6 % van het BBP. Dit alles in huidige muntwaarde, dus zonder inflatie.
Sommigen stellen dit voor als een catastrofe, maar dit is dit allerminst. Dat geld moet er niet ineens zijn, het komt neer op een extra inspanning van € 650 miljoen per jaar (tot 2030) of € 380 miljoen per jaar (tot 2060).
In 2008 was er ineens 20 miljard om de bankencrisis te bezweren en nu zullen ze voor het begrotingstekort van 11 miljard ook wel geld vinden! Het is dus geen beklimming van een Alpenreus, wel een binnenfietsen van Scherpenheuvel!


Hoe betalen?

Dit neemt niet weg dat die betaling moet gepland worden. Ze kan gebeuren via velerlei kanalen:
1) Overheidsfinancïen:
De intrestdaling (historisch record van 13 % naar 4 %) is een meevaller. Maar in het recente verleden werd dit slecht gebruikt.
Er zit wel 17 miljard in het Zilverfonds, maar dat had veel beter gekund. Er is te veel weggegeven aan belastingverlaging, lastenverlaging, gezondheidszorg jaarlijks plus 4,5 %.
Naar de overheid toe loert het echte gevaar in de vorm van:
1. Duitsland zou, via Europa, de wet kunnen dicteren en de pensioenleeftijd op 67 eisen, omdat dit daar nodig lijkt.
2. Het federaal niveau beschikt over minder en minder middelen en de gewesten streven naar meer automie, evenwel zonder bijkomende financiële plichten. Vlaanderen geeft bijvoorbeeld liever "cadeaus" aan zijn ambtenaren.

2) Meer werkenden: Er is de tendens dat vrouwen nog meer gaan werken. Vooral omzetting van deeltijdse in voltijdse banen kan de RSZ redden.
Bij de jongeren zijn er 12% zonder diploma, met weinig arbeidskansen. België zou meer moeten besteden aan vooropleiding.
Anderzijds puilen de univeriteiten o.m. uit van "eeuwige studenten". Dit kan ingeperkt worden.

3) " Langer" werken: Niet door de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen, eerder door een aantal jaren te laten werken voor het maximum pensioen en door nog langer werken toe te staan. Een inspanning om werken leuker te maken kan ertoe bijdragen dat de gemiddelde stopleeftijd niet 59 jaar is, maar 62. Bij de overheid studiejaren gelijkstellen met werkjaren dient in vraag gesteld.
Werkgevers moeten er ook voordeel bij hebben om ouderen in dienst te houden.

4) Groei van de productiviteit: Bij 1,5% jaarlijkse groei stijgen we met 30% welvaart tegen 2030.
Als we van deze gestegen rijkdom 1/7 voorbehouden aan de RSZ zijn er geen problemen!

De lobby van de bankenwereld stelt alles zeer pessimistisch voor, zonder met het bovenstaande rekening te houden. Men maakt de mensen liever bang, zodat ze voor een aanvullende pensioen sparen. Wie wordt daar vooral beter van?


Vragenronde

Hierin verklaarde De Swert dat 'groei' noodzakelijk blijft, maar dat hij de zorgen van de Groenen over milieu en gezonde arbeidsomstandigheden deelt. Sommige sectoren in West-Europa zullen verdwijnen en " nieuwe economie" zal ontstaan.
Een verdere inkrimping van industrie en een groei van handel en diensten hoeft ons niet te verontrusten.


Frans Coenen


>