Home | actie | Groen!Plus neemt een
kijkje bij Ecolo+ lettergrootte aanpassen
Groen!Plus neemt een
kijkje bij Ecolo+
Ittre - Wie informatie over Franstalig
België wil inwinnen, moet dit terplekke gaan oppikken. 26
Groen!Plussers toerden samen met Ecolo+ door een stukje Waals
Brabant. Iedereen sprak zijn eigen taal, technische termen werden
solidair vertaald. We leerden mekaar vooral een stuk beter
kennen. Vooraan de bus een getekend portret van Ludo Dierckx,
promotor van onze contacten met Ecolo.
Aan het station van Halle staat Marc
Hordies ons aan de bus op te wachten met een zak croissants in de
hand. Op de bus is er koffie. Meteen zetten we koers richting
Tubize. Het is daar flirten met de taalgrens, nu eens ben je in
Waals, dan weer in Vlaams Brabant.
Eerst komen de relieken van sociale bloedbaden aan bod. Fabelta
Tubize is er zo een. De kunstvezelfabriek ging in 1980 dicht. Nu
verrijst er een woonproject op de site. Even verder bespeuren we
de duistere contouren van Forges de Clabecq. De figuur van
Roberto D'Orazio doemt op. Marc Hordies, ex-vakbondsman en
oud-senator vertelt over de sociale strijd.
Ecolo komt op voor sanering van de site en het aantrekken van
nieuwe bedrijven. Andere Franstalige partijen sturen aan op een
nieuwe industriezone 'en plein campagne'.
Het is een thema dat regelmatig opduikt. Buiten Tubize oogt het
heuvelachting landschap erg landelijke. Precies daar wil men dan
industrie gaan inplanten, een stuk autosnelweg doortrekken en her
en der aan gespreide woningbouw doen.
Het is duidelijk dat Ecolo hier tegenin komt. Die autosnelweg is
er niet nodig. Als excuus voeren PS, MR en CDH aan dat de
Chaussée de Mons geen goede uitvalsweg is, omdat hij een
viertal verkeerslichten telt…
In Ittre, waar de groenen mee in het bestuur zitten, verstevigt
men bestaande woonkernen, omdat wilde woningbouw samenhang mist
en het gebruik van koning auto bevordert.
Ergens kocht een zestal burgers een leegstaande school. Ze
restaureerden het gebouw. Nu wonen er 80 mensen
in…
Quenast, een wel heel diepe
put
In Quenast, grondgebied Rebecq,
stappen we uit. In perfect Nederlands krijgen we toelichting over
het porfier dat hier vroeger gewonnen werd. Nu nog is er
exploitatie, maar de steen die wordt bovengehaald, wordt
verkleind en gaat als 'stabilisé' naar de Spoorwegen.
Rebecq ligt aan de Zenne, de enige Belgische rivier die drie
landsdelen doorkruist. Vroeger telde men er talloze watermolens.
In de Taverne du Moulin d'Arenberg worden we onthaald op boterham
met verse platte kaas, radijsjes en pijpajuin. Een Floreffe van
de Brasserie Lefebvre smaakt er heerlijk bij. In hetzelfde gebouw
huist ook nog het 'Musée du Porphyre'. Daar realiseren ons
hoeveel zweet er bij het kasseikappen gelaten is. In de
steengroeve werken was gewoon een beestenstiel.
In Fauquez krijgen we de illustratie hoe sommige patroons vroeger
dachten. Ooit stond er een soort glasfabriek, waar 'marbrite'
geproduceerd werd. De baas had alles in handen, tot zelfs de kerk
en de lokalen waar de arbeiderskinderen school liepen. Een
bouwvallig pand herinnert zelfs aan het amusement dat vroeger
geboden werd. Jammer dat we hier niet kunnen afstappen.
Ittre wordt het eindpunt van onze rondrit. In de Moulin
d'Arenberg dook al iemand op van 'La Dernière Heure' op,
maar hier moet ik zelf voor de Ecolo-camera die ons al de ganse
dag volgt. Waarom ik solidariteit zo belangrijk vind, vraagt de
journaliste. Haar vraag in het Frans overvalt mij. Ik wijs op de
verschillen, maar ook op de gelijkenissen tussen Groen! en Ecolo
en zeg dat we eerlijk van gedacht kunnen verschillen, maar vooral
de dingen moeten versterken die ons binden.
Na koffie en een stukje vlaai overhandigt Paul Perniaux ons een
getekend portret van Ludo Dierickx. Onze hele verbroedering was
aan onze betreurde vriend opgedragen. Zijn beeltenis sierde de
bus waarmee we in Waals Brabant rondtoerden.
Marc en Paul zetten ons netjes terug af in Halle. De banden met
Ecolo+ zijn sterker geworden. Een tegenbezoek, met wat meer
politieke discussie, wordt na de vakantie in Antwerpen
verwacht.