Home | Provinciale werking lettergrootte aanpassen7 augustus 2008
Vandaag geen pluim, wel veel tegenwind
Overpelt - Na een paar uren slapen in een luxetreincoupé kan
je moeilijk van een verkwikkende nachtrust gewagen. Toch kon dit
euvel de pret niet drukken. Vandaag stonden een vooroorlogse
treinrit en een bezoek aan de Eisdense cité op het
programma. Drie uitgelezen gidsen: Kurt "de treinwachter", de
voor ons niet onbekende Jan Van Reusel en Jan Kohlbacher (zoon
van een Oostenrijkse koolputter) overlaadden ons met boeiende
informatie over het sociale Limburg van toen. Na een fikse
regenbui en behoorlijk wat tegenwind in de namiddag bereikten we
droog de Overpeltse Ballasthoeve.
Slapen in een oude
Wagons-Litscoupé, het heeft een aparte charme, maar
comfortabel is anders. Toch was het een leuk idee om ook dit
soort logies te voorzien. Na ons avondlijk uitje naar de "Chopin"
en een laatste (duur betaalde) consumptie op het terras van het
bijna historische hotel "Mardaga" bleek ons compartiment netjes
gekoeld op 22°. (Hoe ze dat destijds (zonder Samsung airco)
klaarspeelden, blijft voorlopig een raadsel. Maar misschien stond
het toen chique om na een hete zomerdag in je luxe
slaapcoupé te liggen transpireren.) De v.z.w. Kolenspoor die
met vrijwilligers het toeristisch lijntje tussen
Waterschei-As(ch)-Eisden uitbaat, nam ons na een stevig
(trein)ontbijt op sleeptouw voor een tochtje naar de Eisdense
mijncité. Kurt "de treinwachter" -een oud gediende van
Ford Genk- vertelde ons meer over het ontstaan van de lijn.
Destijds voerde die niet enkel materiaal aan, maar ook
werkkrachten uit het Leuvense. In 1901 begon André Dumont
naar kolen te boren in As, maar het duurde tot na de 1ste
Wereldoorlog voor de eerste kolenoogst kon worden bovengehaald.
Intussen hadden concessiehouders al kapitalen geïnvesteerd
in (voor die tijd) erg vooruitstrevende woningbouw. In de buurt
van Eisden woonde toen nauwelijks (werk)volk. Dat moest vanuit
het buitenland worden gelokt om in de nieuwe mijn te komen
werken. Terwijl we aan een gezapige snelheid door het landschap
"raasden", merkte iemand nuchter op "dat we eigenlijk in de
verkeerde richting aan het rijden waren". Klein foutje, zo bleek.
Kolenspoor dacht dat we het nieuwe Genkse voetbalstadion op het
oog hadden. Maar geen nood, tewijl we buiten het oude station van
Waterchei de nieuwe voetbaltempel monsterden werd de loc langs de
andere kant voor de trein gespannen. Even later vervolgden onze
trip richting Eisden. Gezond van lijf en leden werden we er
opgevangen door gepensioneerd onderwijzer Jan Kohlbacher.
Jan bracht niet enkel zijn jeugd, maar ook zijn professionele
leven in "de cité" door en daarover wou hij wel een en ander
kwijt. De Belgische mijnbazen inspireerden zich voor hun Eisdense
cité op voorbeelden in Engeland. Daar had de industrieel
Lever al eerder garden cities (tuinwijken) gebouwd die werkvolk
moesten lokken om in de vervuilende zeepziederijen te komen
werken. De Eisdense cité doet trouwens sterk denken aan de
Engelse cottage stijl. Met luchtige tuinen rond de woningen en
gelegen aan mooi ogende lanen. Toch was het destijds niet al goud
dat blonk. Een keer je er deel van uitmaakte werd er ook verwacht
dat je je aan de (on)geschreven wetten van de cité hield.
Dat betekende o.a. bloemen in je voortuin en (gezonde) groenten
in je achtertuin. Langs de straatkant hoorde een groene haag en
je werd geacht die te knippen. Deed je dat niet dan zorgde iemand
van de mijn er wel voor, maar aan het eind van de maand ging het
wel af van je loon. Controleurs doorkruisten de cité, zodat
misstappen van klein en groot niet onbesproken bleven. En de
pastoor? Die danste naar de pijpen van de mijndirectie. Anders
kon hij elders emplooi zoeken! Terwijl Kohlbacher al die
saignante details uit de doeken deed, troepten donkere wolken
samen boven de wijk. Nauwelijks op de fiets werden we bedacht op
een fikse regenbui. Eens de bui over fietsten we ons droog langs
de Zuid-Willemsvaart. In Tongerlo -niet de abdij, wel een dorpje
in de kop van Limburg- confronteerde Jan Van Reusel -die de
bezemwagen had overgenomen- ons met een stukje "Arm Vlaanderen"
van toen. Uit deze uithoek van Limburg zochten velen elders hun
geluk. Wie bleef, voelde zich tekort gedaan. Nu nog.
Na de picknick op een eilandje in de Zuid-Willemsvaart bleek
ineens de wind veel sterker. Violette paste meteen voor de
laatste 25km en nam naast Bert en een tijdelijk
gehandicapte Elka plaats in de bezemwagen. Rudi Daems had zich
intussen warm gereden en vervolgde met ons het jaagpad langs de
vaart. Met de Ballasthoeve in zicht vreesden we nog even
getracteerd te worden op een tweede regenbui, maar die bleef
gelukkig uit.'s Avonds kregen we groen bezoek uit het omliggende.
Jos,de broer van Pierre zorgde voor een smakelijke
"spaghetti carbonara"
en dan was het weer aan de beurt aan uw zwoegende
dienaar...