Home | actie | We springen
onzorgvuldig om met de natuur lettergrootte aanpassenWe springen onzorgvuldig om met de natuur
en dat leidt tot onveiligheid in vele vormen.
Die stelling verkondigde Vlaams
volksvertegenwoordiger Eloi Glorieux.
Hij deed dat op het Colloquium van Groen!Plus Groen!e Senioren:
Een groene visie op veiligheid.
Het vond plaats in het Vlaams Parlement op 12 november 2004.
Uit de brochure “Veiligheid, een basisrecht”, die het
Ouderen Overleg Komitee naar aanleiding van de Ouderenweek 2004
samenstelde, blijkt dat het fenomeen van veiligheid en
onveiligheid vele gezichten heeft. Uit de studies die aan
verschillende Vlaamse universiteiten verricht werden blijkt dat
de burgers dit fenomeen heel verschillend kunnen aanvoelen
en ook definiëren. Soms blijkt er ook een divergentie te
bestaan tussen het subjectieve onveiligheidgevoel en de
objectieve daadwerkelijke bedreiging. Zo kan bijvoorbeeld de
sfeer van een verloederde buurt mensen bang maken om overvallen
te worden, terwijl de effectieve misdaadstatistieken uit die wijk
best meevallen. Dit betekent echter niet dat dit
onveiligheidgevoel op zich niet ernstig moet genomen worden.
Daarentegen wordt het onveiligheidfenomeen waar ik het zal over
hebben vandaag meestal nog niet rechtsreeks aangevoeld als een
directe bedreiging. Bij de top drie van wat senioren als grootste
bedreiging aanvoelen, komt dit fenomeen zelden voor. En daar is
ook een logische verklaring voor: meestal “voelt” men
de effecten van deze bedreiging (nog) niet en als men dit toch
voelt, dan brengt men het zelden in verband met de oorzaak. De
bedreiging is er echter niet minder ernstig en reëel om,
integendeel.
Ik zal het dus hebben over hoe degradatie van ons leefmilieu,
zoals we dit de afgelopen decennia in versneld tempo kennen, onze
veiligheid op indringende wijze aantast en dit in velerlei
aspecten. De hedendaagse vervuiling van ons leefmilieu bedreigt
onze integriteit als individu, maar ook als menselijke
soort. Ze bedreigt ons welzijn en onze gezondheid, en
vooral deze van de meest kwetsbare groepen in de samenleving,
waaronder de senioren. Maar ook onze materiële
welvaart, onze eigendom en persoonlijke bezittingen, waar we
zo hard voor gewerkt hebben, worden door milieuverloedering
bedreigd.
De grenzen van de draagkracht van de voor alle levende wezens zo
belangrijke natuur zijn bereikt en in sommige gevallen
overschreden. Ons ecosysteem wordt op onomkeerbare wijze belast
en verkracht. Ik zal dit illustreren aan de hand van enkele
concrete voorbeelden die zowel betrekking hebben op het
macro-ecosysteem (het grootschalige niveau), als op ons
micro-ecosysteem (het milieu bij ons in huis).
Het mondiale milieu en onze veiligheid
Twee voorbeelden die te maken hebben met onze hedendaagse wijze
van produceren en consumeren van energie: de klimaatverandering
en de radioactieve belasting van onze planeet.
Vooreerst de klimaatverandering of de versnelde opwarming
van de aarde die het gevolg is van de toenemende uitstoot van
broeikasgassen, waaronder CO2. De eerste effecten van
deze klimaatverandering manifesteren zich volgens de experten van
de VN vandaag reeds. Maar het wegsmelten van de ijskappen op de
polen of de gletsjers in de Alpen en het afsterven van de
koraalriffen zijn heus niet de enige gevolgen. De versnelde
toename met enkele graden van de gemiddelde temperatuur op Aarde
heeft veel indringender effecten op onze individuele en
collectieve veiligheid dan bijvoorbeeld de Russische president
Poetin inschat wanneer hij stelde dat het toch leuk zou zijn
wanneer men daardoor in Siberië geen pelsmantels meer zou
moeten dragen. Gelukkig heeft hij tijdig deze lapsus ingezien en
heeft ook Rusland onlangs het Kyoto Protocol ondertekend,
waardoor het effectief in voege treedt.
Afgelopen zomer inventariseerde prof. Jean-Pascal van Ypersele,
wereldwijd erkend klimaatexpert aan de UCL, de waarschijnlijke
effecten van het broeikaseffect in België. Op de zeer lange
termijn verwacht hij een belangrijke stijging van de zeespiegel,
waardoor ongeveer één tiende van België onder
water komt te staan. De vruchtbare polders zullen grotendeels
verzilten. Maar voor het zover is zal ook op relatief korte
termijn en alleszins voor het einde van de eeuw ons land de
gevolgen van de klimaatverandering effectief ondergaan Een korte
bloemlezing uit de resultaten van zijn onderzoek leren ons dat
een gemiddelde temperatuurstijging van 5°C de koude
winters zullen laten verdwijnen, terwijl dodelijk
hete zomers zoals deze van 2003 de norm worden. In Frankrijk
zijn als gevolg hiervan zo’n 3.000 meestal oudere mensen
overleden. In de winter zal er tot 23 percent meer neerslag
vallen, met een opeenvolging van overstromingen tot
gevolg. Daarentegen zal er in de zomermaanden tot 50 percent
minder regen vallen. Hierdoor zal de kwaliteit van het
oppervlaktewater snel verslechteren en krijgen we te kampen met
drinkwaterproblemen. Zowel aan de kust als in het
binnenland moeten dijken verhoogd en verstevigd worden om te
weerstaan aan het toenemend aantal stormen en het stijgende
waterpeil. Vandaag reeds houdt het Ministerie van de Vlaamse
Gemeenschap bij werken rekening met het feit dat de waterspiegel
tegen 2100 met zestig centimeter kan stijgen. De Hoge Venen
dreigen helemaal te verdrogen. Een deel van de biologische
diversiteit in ons land zal onherroepelijk verloren gaan. De
ziekte van Lyme zal in toenemende mate de kop opsteken. De
klimaatverandering bedreigt dus zowel onze persoonlijke als onze
materiële veiligheid in indringende en ernstige mate.
De ergste effecten van de klimaatverandering zullen zich
sarcastisch genoeg voordoen in landen die zelf het minst hebben
bijgedragen aan het versnelde broeikaseffect, met name de derde
wereld. Bovendien hebben de mensen in die landen veel minderen
middelen om de effecten te lijf te gaan. Bangladesh zal, in
tegenstelling tot de lage landen aan de Noordzee, het geld om
dijken en dammen te bouwen niet kunnen ophoesten. De
vluchtelingenorganisatie van de VN wijst er op dat het grootste
deel van de mensen die vandaag op de vlucht zijn
“milieuvluchtelingen” zijn. Mensen die als
gevolg van zowel natuurlijke als door de mens veroorzaakte
milieurampen zoals overstromingen, droogtes, orkanen en stormen,
ontbossingsprojecten, enz. naar andere oorden moeten wegvluchten.
Momenteel komt het grootste deel van de vluchtelingen in de
wereld terecht in andere ontwikkelingslanden, waar men het ook
niet breed heeft en als gevolg waarvan er vaak conflicten
ontstaan. De VN waarschuwt er voor dat de klimaatverandering, die
voornamelijk het gevolg is van de uitstoot van broeikasgassen in
de rijke geïndustrialiseerde landen, in de nabije toekomst
nog veel grotere vluchtelingenstromen zal veroorzaken. Een
massale migratie van deze milieuvluchtelingen naar het noorden
zal een onvermijdelijk gevolg zijn.
Moeten we dit allemaal fatalistisch ondergaan?
Is dit nu eenmaal de onvermijdelijke en aanvaardbare prijs die we
betalen voor onze welvaart? Neen, absoluut niet! De maatregelen
om de klimaatverandering tegen te gaan zijn gekend. Kyoto
realiseren is een eerste bescheiden stap, maar zal zeker niet
voldoende zijn. De kostprijs van deze maatregelen is niet
verwaarloosbaar, maar de prijs die we zullen moeten betalen als
we geen maatregelen nemen zal veel hoger zijn. Wat nodig is, is
de politieke wil om ze te implementeren. Het gerenomeerde Duitse
Frauenhofer Instituut berekende dat België makkelijk zijn
Kyotoverplichtingen kan halen mits het zijn
energie-efficiëntie verhoogd tot op het niveau van de
buurlanden. Gemiddeld verbruiken we per hoofd van de bevolking en
per bruto binnenlands product nog steeds stukken meer energie dan
de andere EU-lidstaten.
Nochtans zijn er vele rendabele maatregelen in zowel de industrie
als de residentiële sector, die zichzelf op korte termijn
terugverdienen en die de concurrentiepositie van onze bedrijven
versterken en ons wooncomfort verhogen. In de vorige legislatuur
zorgde Groen! er voor dat iedere Vlaming een spaarlamp of
een spaardouchekop zou krijgen. Indien alle zes miljoen Vlamingen
deze spaarlampen gebruiken in kamers waar het licht het meest
brandt, dan bespaart elk gezin jaarlijks zoveel op de
energiefactuur als het aan gratis stroom cadeau krijgt. Tegelijk
wordt zo door deze simpele maatregel in Vlaanderen jaarlijks de
stroom uitgespaard die door een klassieke steenkoolcentrale van
100 Megawatt of ongeveer één vijfde van de jaarlijkse
productiecapaciteit van de kernreactor Doel 1, wordt
opgewekt.
Groen! gaat er nu werk van maken om een
“Kyotopremie” in te voeren. Gezinnen die in
energiebesparende maatregelen investeren, zoals extra isolatie
plaatsen, overschakelen naar een energie-efficiënt
verwarmingsysteem, enz., moeten hiervoor een premie kunnen
krijgen die kan oplopen tot 5.000 euro. Speciale aandacht moet
hierbij gaan naar lage-inkomensgezinnen en/of mensen die van een
vervangingsinkomen leven.
Een tweede voorbeeld van hoe een wereldwijde milieubelasting onze
integriteit en onze veiligheid bedreigt is de radioactieve
pollutie. Radioactieve straling komt overal voor en is een
natuurlijk fenomeen. Wie een transatlantische vlucht maakt krijgt
een extra dosis straling uit de ruimte en wie in de Ardennen
woont staat bloot aan de radioactieve radongassen die uit de
rotsbodem opstijgen. Deze natuurlijke achtergrondstraling is
volgens het Studiecentrum voor Kernenergie in ons land
verantwoordelijk voor ca. 500 fatale longkankers per jaar.
Hiermee wordt al aangegeven dat blootstelling aan radioactieve
straling, hoe klein de ontvangen dosis ook is, steeds risico
inhoudt. Er bestaat niet zo iets als een veilige dosis en elke
extra belasting doet de kans op een stralingsgerelateerde
aandoening toenemen. De mens en zijn voorganger staat dus al
gedurende miljoenen jaren permanent bloot aan lage doses
natuurlijke radioactieve straling. De mutaties in het erfelijk
materiaal die daardoor ontstonden zijn er de oorzaak van dat
vissen vinnen kregen en vogels vleugels. Maar pas gedurende de
laatste 50 jaar is de mens zelf oorzaak van een wereldwijde
toename van de radioactiviteit in ons leefmilieu. Sedert de
eerste atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en de eerste
kerncentrales voor de productie van elektriciteit hebben
we te maken met een vervuiling door kunstmatige radio-isotopen.
Dit zijn radioactieve elementen die uit zichzelf niet in de
natuur voorkomen, maar ontstaan tijdens de splijting van
uraniumkernen tijdens een atoombomexplosie of in een
kerncentrale. Een vervelende eigenschap is dat deze radioactieve
pollutie niet beperkt blijft tot het gebied waar de vervuiling
veroorzaakt wordt. Zo registreerde het KMI in Ukkel jarenlang een
verhoogde radioactiviteit in onze lucht als gevolg van de
atoomproeven die voornamelijk in de jaren’50 tot ’70
in verre uithoeken van de wereld plaatsvonden. Volgens de
Internationale Vereniging van Artsen voor Preventie van een
Atoomoorlog zullen als gevolg van de straling van deze
atoomproeven wereldwijd meer dan een miljoen mensenlevens
vroegtijdig beëindigd worden. Ook de straling van de
kernramp in Tsjernobyl werd door de radioactieve wolken
wereldwijd verspreid. In Vlaanderen moest alle spinazie
vernietigd worden, omdat deze groente makkelijk de radioactieve
isotoop jodium-131 absorbeert.
In elke stap van de nucleaire keten – het ontginnen van
uranium in uraniummijnen, aanmaak van kernbrandstof, gebruik in
de kerncentrale, behandeling en berging van kernafval –
worden gevaarlijke radioactieve stoffen in de bodem, de lucht en
het water geloosd. Het is dus niet omdat een kerncentrale bij de
productie ven elektriciteit als dusdanig geen CO2
uitstoot, dat dit een schone en veilige energiebron is. Een
aantal van de radioactieve afvalstoffen die in een kernreactor
ontstaan komen uit zichzelf niet in de natuur voor. Vooraleer de
mens begon te experimenteren met het splijten van atoomkernen
hadden we daar dus niet mee te maken. Een voorbeeld van
zo’n artificieel radioactief element is plutonium.
Plutonium is extreem radiotoxisch. Inademing van 7 microgram (= 7
miljoensten van 1 gram) veroorzaakt gegarandeerd lonkanker. Eens
het in de omgeving terechtgekomen is, blijft het er ook eeuwig
aanwezig. Plutonium heeft ongeveer een kwart miljoen jaar nodig
om al zijn stralingsintensiteit te verliezen en opnieuw een
stabiel niet-radioactief element te worden. Ondanks intens
wetenschappelijk onderzoek overal ter wereld, bestaat er vandaag
nog geen enkel bergingsconcept dat de veilige afscherming van
dergelijke eeuwig levende gevaarlijke stoffen kan garanderen.
Het gevaar van langdurige blootstelling aan lage doses van
dergelijke radioactieve stoffen in ons milieu is dat ze vaak geen
direct somatische schade aanrichten aan de getroffen individuen,
maar wel ons erfelijk materiaal aantasten, waardoor het onze
nazaten zijn die de zichtbare en voelbare afwijkingen zullen
vertonen. De bestaande radioactieve vervuiling in onze omgeving
raken we nooit meer kwijt. Het enige wat we kunnen doen is er
voor zorgen dat het niet nog erger wordt, want op de lange
termijn tast de door de mens veroorzaakte radioactieve straling
onvermijdelijk de genetische integriteit van de menselijke soort
aan.
Daarom is het zeer verstandig van de vorige Paars-Groene federale
regering om te beslissen dat onze kerncentrales op een sociaal en
economisch verantwoorde wijze geleidelijk aan moeten gesloten
worden. Een kerncentrale levert gedurende 40 jaar elektriciteit,
maar de routinematig en
accidenteel geloosde radioactieve pollutie en het kernafval
blijven gedurende vele honderd duizenden jaren het welzijn en de
gezondheid van de toekomstige generaties hypothekeren. Er bestaat
nagenoeg geen remedie tegen radioactieve vervuiling, alleen
preventie.
Het ecologisch besef dat wij die nu leven de Aarde niet in ons
bezit hebben, maar ze slechts hebben geleend van onze kinderen,
speelt hier als nergens anders. Maar tegelijk stoppen we onze
ondergrond vol eeuwig gevaarlijk kernafval en lozen we
radioactieve afvalstoffen in het milieu en laten we hiermee onze
kleinkinderen en achterkleinkinderen een ongewenst erfenis na.
Dat is het tegenovergestelde van wat grootouders doorgaans in hun
dagelijks leven nastreven.
Het milieu in onze huiskamer en onze veiligheid
Dankzij de evolutie in de geneeskunde leven we langer of beter
gezegd kunnen mensen langer in leven gehouden worden. Maar de
kwaliteit van onze welverdiende oude dag laat steeds vaker te
wensen over. In mei 2004 lanceerden een tachtigtal
wetenschappers, artsen en nobelprijswinnaars de “Oproep van
Parijs”. Daarin waarschuwen ze er voor dat de vervuiling
die de mens veroorzaakt een van de belangrijkste oorzaken van
kanker is. Sinds 1950 nemen in industrielanden de kankers die
niet gerelateerd zijn aan roken alsmaar toe.
Deze vervuiling zit overal en niet alleen op industrieterreinen,
in de lucht die we inademen, in de bodem van het park of de
straat waar we op wandelen, in het water dat we drinken of het
voedsel dat we eten, maar ook in de kleren die we dragen, de
aftershave of de blosh op onze kaken en in de gordijnen en
tapijten in onze woonkamer.
In maart 2004 analyseerde Greenpeace het huisstof dat ze in een
zeventigtal woningen in ons land hadden verzameld. Hieruit blijkt
dat ieder huis een heleboel gevaarlijke stoffen bevat, waarvan
sommigen kankerverwekkend zijn, anderen het immuunsysteem
aantasten, ons hormonaal systeem ontregelen of allergieën
veroorzaken. De analyses die Greenpeace door laboratoria liet
uitvoeren gingen specifiek op zoek naar bio-accumulatieve,
niet-afbreekbare schadelijke substanties. Dit zijn dus stoffen
die niet alleen giftig zijn, maar ook dat ze in ons lichaam niet
afbreken. Hoe meer we er van binnenkrijgen, hoe meer ze zich
opstapelen. Tot een welbepaalde hoeveelheid dergelijke stoffen in
ons lichaam kan ons afweersysteem verwerken. Maar eens een
bepaalde grens wordt overschreden, wordt men ziek. Senioren
hebben over hun levensjaren steeds meer van deze schadelijke
stoffen in hun lichaam geaccumuleerd en in combinatie met het met
leeftijd afnemend afweersysteem zullen ze ook effectief ziek
worden.
Over welke stoffen gaat het zoal? Er zijn bijvoorbeeld de
ftalaten in plastiek, die astma veroorzaken. Gebromeerde
vlamvertragers in bijvoorbeeld gordijnen of behang, die het
hormonaal systeem verstoren. Organotinverbindingen, die het zwaar
metaal tin bevatten en die onder andere in textiel verwerkt
zitten. Alkylfenolen die in cosmetica, shampoo en
verzorgingsproducten gebruikt worden om het samenklonteren tegen
te gaan.
Moeten we voortaan dan maar enkel zeer brandbare gordijnen
gebruiken of mogen we geen kleren meer dragen, geen
verzorgingsproducten meer gebruiken, enz.? Neen, natuurlijk niet,
want voor al deze producten bestaan veilige alternatieven. De
Body Shop verwerpt bijvoorbeeld het gebruik van ftalaten in haar
parfums en kiest resoluut voor veiliger alternatieven. De
kledingketen H&M gebruikt geen PVC meer in de opdruk van haar
kledij. Als deze bedrijven dit kunnen, dan moet iedereen dit
kunnen.
Europa werkt momenteel een nieuw wetgevend kader uit onder de
naam REACH. Als gevolg hiervan moeten alle gevaarlijke stoffen
eerst geïnventariseerd worden en al hun mogelijke effecten
moeten degelijk onderzocht worden vooraleer ze in
gebruiksvoorwerpen mogen verwerkt worden. Een dergelijk nieuwe
Europese wetgeving zou onze veiligheid ten goede komen en tevens
innovatieve impulsen geven aan onze industrie. De Groenen in het
Europees Parlement, met onder meer Bart Staes, zetten zich in
voor de snelle totstandkoming van een dergelijke wetgeving.
Hiermee heb ik illustratief enkele voorbeelden gegeven van hoe
milieuverloedering, eens de grens van het ecologisch draagvlak
overschreden is, op een wezenlijke wijze onze veiligheid
bedreigt. Het gaat hierbij zowel over onze individuele
veiligheid, als over de collectieve veiligheid, over de
bedreiging van onze persoonlijke integriteit als over de
bedreiging van onze materiële goederen en welstand. Deze
bedreigingen gelden natuurlijk voor alle mensen, alhoewel
senioren vaak op een zeer specifieke wijze getroffen worden. Wat
senioren, los van de bezorgdheid voor hun eigen gezondheid, vaak
nog het meest verontrust, is de bezorgdheid over het welzijn van
hun kinderen en kleinkinderen. Het groene gedachtegoed geeft als
geen ander een politieke vertaling aan deze bekommernis door te
streven naar een goed, gezond en kwaliteitsvol leven in
solidariteit, niet alleen voor de huidige bewoners van onze
unieke Aarde, maar ook voor de toekomstige generaties.