Home | actie | Antwerpse Pluimentocht dag_5 lettergrootte aanpassen
Laatste fietsvoormiddag verdrinkt in Rivierenland
Mechelen - Tussen Klein-Willebroek en Mechelen wachtte ons nog een heel interessant programma. Jammer genoeg viel dat letterlijk in het water. Maandagmorgen
werden we geconfronteerd met regen en wind en belandden kletsnat terug in de Maneblusserstad. Een bezoek aan de succesvolle brouwerij 'Het Anker' en een lekkere
maaltijd zorgden alsnog voor een leuk orgelpunt.
Het heeft de hele nacht geregend als we, voorzien van jekker of zeil, opnieuw klaarstaan om te vertrekken. Mia Goelen had een goed gestoffeerd programma samen gestoomd, maar
omdat het blijft regenen en de lucht niet veel goeds voorspelt, besluiten we om via de kortste weg naar ons vertrekpunt Mechelen terug te keren.
Als we voorbij het Broek Denaeyer langs de Rupel bollen, klaart het heel even op. Ik vraag me af of we toch niet beter het afgesproken programma hadden gevolgd. Maar
de hoop is kort. Even later verdappert de regen en we stomen verder naar de plek waar de Rupel in Nete en Dijle uitwaaiert. Daarna bereiken we het Zennegat, waar
de Dijle er dan weer de Zenne en de Leuvensevaart bij krijgt. Eens te meer realiseren we ons dat dit het unieke Rivierenland moet zijn.
Het zo gezellige en anders zo druk bezochte café 'Zennegat' ligt er stil en verlaten bij. Bovenop de regen is het ook maandag en dus sluitingsdag. Via de sasdeuren
op de Leuvensevaart steken we over. Net als de vorige dagen hebben we ons opgesplitst in een snelle(re) en een trage(re) groep. Die formule heeft intussen haar
waarde bewezen: een kleinere groep fietst nu eenmaal veiliger en makkelijker dan een bende van 30 man. Beide groepen 'ontmoeten' mekaar even, want om van de Zenne
bij de Dijle te komen, moet je langs de volgende brug passeren en vervolgens langs de andere oever terugfietsen. Zo zien we na een tijdje onze trage(re) vrienden
aan de overzijde voorbij-fietsen. Er gaat een korte heropleving door de natte bende, maar Mechelen is nog lang niet in zicht.
Langs de Dijle de stad binnenfietsen moet bij zonnig weer een prettige ervaring zijn. Maar bij dit weer hebben we weinig oog voor de eerste huizen en de jachten
die langs de kant liggen aangemeerd. Zo vlug mogelijk 'Het Anker' bereiken is nu de boodschap.
Het erf van de brouwerij oogt wat rommelig, maar we vinden er beschutting en kunnen er wat natte spullen uitspelen. Twintig minuten later arriveert ook de tweede ploeg.
We beginnen vroeger dan voorzien aan ons namiddagprogramma. Maar...
4.400 zonnepanelen op een asbeststort!
We willen iedereen toch ook wel eens laten kennismaken met de dingen die we door het slechte weer gemist hebben. Wat volgt, is het programma dat Mia Goelen
voor het gezelschap voorzien had. We laten haar eventjes zelf aan het woord
'Willebroek telt 23.400 inwoners en is van oudsher een industriegemeente. Dat bracht tientallen jaren vervuiling mee, maar de laatste jaren wordt
er wel wat aan gedaan om de milieuschade te beperken of gedeeltelijk ongedaan te maken. Zo is er o.a. het Brownfieldproject dat door een scheiding tussen woon- en industriegebied
voor een beter leef- en werkklimaat wil zorgen.
Via het kasteel De Kraag bereiken we de oude brouwerij De Jonghe-Erix die rond 1960 o.a. de bieren Hercul en Drijster op de markt bracht en momenteel wordt omgebouwd
tot huisbrouwerij en brouwerijmuseum. Onze (ingebeelde) tocht brengt ons vervolgens bij het beruchte Fort van Breendonk, dat van 1940 tot 1944 door de nazi's als
doorgangs-kamp werd gebruikt. Van de 3.500 gevangenen overleefde iets meer dan de helft.(Het kamp is tijdens de Monumentendag in september gratis te bezichtigen.)
Na deze kwalijke herinnering fietsen we verder richting Tisselt, waar Eternit het presteerde om 4.400 zonnepanelen te plaatsen op het afgedekte asbeststort dat het bedrijf
er heeft achtergelaten. Er wordt gevreesd voor een opflakkering van kanker-verwekkend fijn stof.
Van op de brug van Tisselt (over het kanaal Brussel-Antwerpen) stellen we vast hoe men van een mooi landbouwersdorp een industriegemeente heeft gemaakt. Elke dag
razen er zo'n 100 grote vrachtwagens door het dorp!
In Leest bereiken we bijna ons einddoel. Hier woont Bart Somers, de burgemeester van Mechelen. Daarna passeren we nog het lieflijke dorpje Heffen, steken een
laatste keer de Zenne over en fietsen vervolgens de Maneblussersstad binnen'
Begijnen brouwden bier voor de zieken
Maar keren we nu terug naar stadsbrouwerij 'Het Anker', waar we onder leiding van de brouwmeester de site bezoeken. Al in 1369 is er sprake van ene Jan
uit den Anker die zijn penning betaalt aan het kapittel van Sint-Rombouts. Hij zou de 'uitvinder' zijn van de traditionele Mechelse bruine, die heel veel
later de Gouden Carolus zou worden.
Wat blijkt uit de geschiedenis? Dat niet enkel Jan uit den Anker zich begaf aan het gerstenat, maar dat ook de begijnen al in 1471 bier brouwden. Ze deden
dat niet uit drankzucht, maar om de pijnen van hun zieken te verzachten. (Zuiver water was in die tijd nauwelijks te vinden; bier daarentegen was, dank zij het
gistingsproces, veel betrouwbaarder. Alhoewel.Bovendien was het nog voedzaam ook. Nu nog spreken we over 'een glazen boterham'!) Tot in 1865 blijven de begijnen
actief, maar in 1872 neemt Louis Van Breedam, een jeneverstoker uit Blaasveld, de roerstok over en begint het ernstige werk. Hij bouwt een moderne stoombrouwerij
en in 1904 ziet 'Het Anker' het levenslicht.
In 1989 is de brouwerij, na jaren van succes, op sterven na dood. Maar dan staat, met Charles Leclef, de 4de generatie brouwers klaar en hij besluit alles op het
eigen product in te zetten. De klassieke 'Gouden Carolus' -genaamd naar een oude munt, de gouden karel- krijgt er een reeks smaakvolle bieren bij, die
aanslaan tot over de Grote Plas.
Dit gezegd zijnde, bezoeken we de brouwzaal met 3 peervormige ketels uit het begin van vorige eeuw. De brouwmeester vertelt op geestige manier hoe men
van water een lekkere Carolus maakt. Vervolgens klimmen we naar het dak, waar tot voor kort een reusachtige kuip gebruikt werd om het brouwsel af te koelen.
Van daaruit hebben we een prachtig gezicht op Mechelen en het nabij begijnhof. Maar het verhaal is nog niet ten einde. Uit het moutbeslag van de Gouden Carolus
wordt -naar aloude traditie- in Blaasveld nu ook een whisky gestookt. Het eindproduct is nog niet klaar voor consumptie, maar 2013 wenkt. Intussen ligt de jonge
whisky achter strikt beveiligde tralies te rijpen. De geur alleen al.
Woorden van dank!
Een smakelijke maaltijd met -hoe kan het anders!- bijpassende Carolus rondt onze vijfdaagse af. Na een eerste bedankje van nationaal Groen!Plusvoorzitter
Hugo Van Dienderen, neemt zijn provinciale evenknie, Rony Van Oosterwyck, het woord. In geestige bewoordingen bedankt hij iedereen die heeft bijgedragen tot
het succes van deze 1ste Antwerpse Groene Pluimentocht. De zussen Paule en Anjes Dierens voor de organisatie van het Mechelse luik, Luk Jacobs voor de
schilderachtige rondrit door de Rupelstreek, de vriendinnen Gerda Sallaets en Nicole Vanpraet voor de ontsluiting van Klein-Brabant, Mia Goelen voor
de (uitgeregende) terugtocht naar Mechelen en last but not least Joan Pepermans, onze transportmanager die overal waar we een afspraak hadden trouw opdook
en slechts uitzonderlijk als bezemwagen moest fungeren.
Allen ontvingen ze als attentie een fles wijn. Een grote fles Gouden Carolus Tripel kreeg iedereen van de brouwerij cadeau!