Groen!Plus
Home | actie | Waardevol wonen voor ouderen 2004

lettergrootte aanpassen

Waardevol wonen voor ouderen.

Het Hoofdstuk ‘wonen’ in het programma van GROEN! is algemeen en richt zich naar alle doelgroepen
In bijlage vindt u dit programma. Via de groen gekleurde tekst geven we aan welk stuk van het programma meer specifiek ook betrekking kan hebben op de doelgroep van ouderen.
Als aanvulling en verdere concretiseringdeze annex wonen en ouderen.
Tengevolge van de sterke veroudering zal de volgende jaren de groep van mensen die ouder zijn dan 55 jaar sterk toenemen. Om ons daarop voor te bereiden, moeten we niet alleen aandacht hebben voor ons pensioen- en zorgstelsel, maar moeten we ook beseffen dat de woonbehoefte zal veranderen. Door de steeds stijgende levensverwachting wordt de periode dat men in deze levensfase verkeert niet alleen langer maar deze zal niet voor elke oudere gelijk verlopen. Met andere woorden: ouderen die nog vitaal en vol plannen het leven invullen, en ouderen die met ongemakken van het ouder worden geconfronteerd zijn.
Het zal dé uitdaging van het toekomstig ouderenbeleid worden om diverse ‘sporen’ te bewandelen, waarbij wonen en zorg nauw aan elkaar zullen moeten aansluiten.
GROEN! stelt dat iedereen, dus ook ouderen, betaalbaar en goed moeten kunnen wonen.
De senior van vandaag is niet de senior van morgen. Ouderen zullen, langer actief, mondiger Beleidsmatig dient er ondermeer aandacht te zijn voor:
Bouwen op levensmaat
Recente individuele en groepsbouwprojecten moeten aan een toegankelijkheidstoets onderworpen worden. Kleine architecturale ingrepen kunnen er voor zorgen dat men langer in de eigen woning kan blijven functioneren. Dit aspect moet als leervakopgenomen worden in de architektenopleiding
De overheid experimenteert zelf met projecten rond wonen en stimuleert particulieren tot experimenteren.
° opstarten van (kleinschalige) woonzorgprojecten
° keuze voor kleinschalige ouderenvoorzieningen, waar de bewoners centraal staan, met inspraak en geïntegreerd in de omgeving.
° geen ‘ghetto’ nieuwbouwprojecten, maar aangepast aan diverse bevolkingsgroepen
° woonwinkels die tevens aanspreekpunten voor huisruil kunnen zijn
° uitbouw van meer eigentijdse formules van erfpacht en leasing
° ondersteunen en stimuleren van ‘ethisch’ verhuren door ouderen
° aanpassen van stedenbouwkundige voorschriften zodat meer mogelijk wordt;
- opdelen van grote woningen in kleinere woonidentiteiten
- formules van kangoeroe wonen en friends wonen
- één bijkomende bouwlaag in sommige stedelijke kernen.
° onderzoeken of een variabilisering van de registratiekosten stimulerend kan werken op generatie doorschuif operaties van de woningmarkt.
° onderzoek naar mogelijkheden van Bevakfondsen ( voor private ouder woonvormen)
° ondersteunen en exploreren van projecten zoals abbeyfield
° In alle vergunningsvoorschriften is ‘toegankelijkheid’ de norm. Dit zowel openbare gebouwen, private woningen toegankelijk voor het publiek (winkels, horeca,..) als openbare wegen ( straten en pleinen)
BIJLAGE

Behoorlijk wonen is een grondrecht. Ruimte is een schaars goed. Beide zijn te belangrijk om volledig te worden overgelaten aan de spelregels van de vrije markt. Door de aanhoudende druk op de vastgoedprijzen is de prijs-kwaliteitsverhouding op de Vlaamse woningmarkt volledig uit balans. Huren of kopen wordt te duur voor wie een normaal inkomen heeft. Voor wie moet leven van een uitkering of een laag loon is het ronduit problematisch en komt zelfs de woonzekerheid in het gedrang. In deze omstandigheden blijven slechte en ongezonde woningen met alle risico’s vandien op de huurmarkt: er is helaas een ‘markt’ voor.
De oplossing ligt niet in het zomaar bijbouwen van nog méér woningen, maar in een actievere woonpolitiek door de overheid. Een woonpolitiek die verder gaat dan het voorzien van sociale huisvesting, die ook de betaalbaarheid en de kwaliteit van de huisvesting, en de leefbaarheid van de omgeving bewaakt. Voor GROEN! is betaalbaar en goed wonen voor iedereen een absolute prioriteit. De overheid moet een krachtig woonbeleid voeren dat de regels van de vrije markt sociaal en ecologisch corrigeert.
De overheid actief op de privé woningmarkt
De overheid kan privé-initiatieven ondersteunen én zelf initiatief nemen om meer bestaande woningen op de koop- of huurmarkt te brengen. Zij moet levensvatbare panden bewoond krijgen en door dit groter aanbod de prijzen redelijk houden.
Daarom wil Groen! ingrijpen in de huurmarkt - Een systeem van richthuurprijzen legt een prijs- kwaliteitsverhouding vast. Volgens een weging die de grootte van de woning en het wooncomfort in aanmerking neemt, wordt een richthuurprijs berekend. Deze hangt samen met de afgifte van een conformiteitsattest Zo’n attest –dat nu al gebruikelijk is voor kamerverhuur– wordt afgeleverd als de woning gecheckt is op gezondheid en veiligheid. De verantwoordelijke dienst begeleidt de eigenaar bij het verbeteren van de woning.
- Het stelsel van huursubsidies moet beter aangepast worden aan de gangbare prijzen en inkomens. Het mag er niet toe leiden dat verhuurders hun prijzen hoog kunnen houden, maar moet alle mensen helpen die eigenlijk in aanmerking komen voor een sociale woning maar niet verder geraken dan de wachtlijst. Er moet ook een kwaliteitscontrole komen van de woningen die gesubsidieerd worden.
Kangaroo-wonen 'Friends’-wonen moet beter mogelijk gemaakt worden. Onderverhuur zit vast in de semi-illegale sfeer. Nochtans zit hier potentieel om de bewoningsgraad per pand gelijkmatiger te spreiden. Eigenaars moeten een te groot geworden woning gedeeltelijk kunnen verhuren aan mensen voor wie een eigen woning niet de oplossing is. Jonge mensen moeten samen een huis kunnen huren zonder dat één van hen de enige officiële huurder is.
sociale verhuurkantoren
worden eigenaars aangespoord om hun te verhuren pand te laten beheren. Voor de eigenaars is het aantrekkelijk omdat ze kunnen rekenen op regelmatige, redelijke huurinkomsten en onderhoud van het gebouw. Voor de overheid is het interessant omdat ze sociale correcties kan aanbrengen in de huurvoorwaarden. Ze verhuurt tegen een faire prijs, en discrimineert niet. Na een geslaagde experimentele fase is het tijd dat het werken met sociale verhuurkantoren overal ingang vindt.

- Langdurige huurcontracten bieden meer woonzekerheid en worden de norm. Huurcontracten van beperkte duur kunnen alleen in welomschreven situaties worden afgesloten. Daarom wil Groen! meer bakens in de koopmarkt:Bescherming van de woonfunctie via stedenbouwkundige reglementen. Zeker in de grote steden moet de woonmarkt opboksen tegen de ‘opbrengstwoningen’, waarmee we vooral de grote huizen bedoelen die worden omgebouwd tot kantoor of ingedeeld in kleine studio’s. De bestaande vraag naar nieuwe woningen moet beter gestuurd worden. Slapende bouwkavels langs een uitgeruste weg moeten op de markt gebracht worden, zoals dat met leegstaande huizen gebeurt. Waar er weinig beschikbare bouwgrond is, moet de grootte van de kavels aangepast worden, zodat de ruimte beter benut wordt. Er zijn méér mensen gediend met de bouw van bescheiden gezinswoningen dan met het aanleggen van een nieuw villapark. De notariële akte bevat verkoopsregulerende bepalingen om te voorkomen dat onroerende goederen worden opgekocht, achter de hand gehouden en aan een veel hogere prijs worden doorverkocht. Zo kunnen er beperkingen worden opgelegd betreffende de meerwaarde bij verkoop indien het pand onaangeroerd wordt doorverkocht, kan een voorkooprecht gelden voor de overheid of een recht tot wederinkoop wanneer blijkt dat er tegen bepaalde exploitatie-afspraken in wordt gehandeld. Dergelijke maatregelen zijn uiteraard gericht op de professionele vastgoedspeculant, niet op de burger die occasioneel een grond of pand te koop aanbiedt.

- De basis voor de berekening van de onroerende voorheffing moet herbekeken worden. Het kadastraal inkomen gebruiken als basis is vaak onrechtvaardig en achterhaald. De eigenaars die inspanningen hebben geleverd om hun huis kwalitatief te verbeteren worden hierdoor gestraft. Andere pistes, zoals een berekening op basis van het ruimtegebruik of de huurwaarde is ecologisch en sociaal meer gerechtvaardigd.

- De bouw van middenklasse koopwoningen onder de vorm van Publiek Private Samenwerking of collectieve aankoop en bewoonbaar maken van in onbruik geraakte industriegebouwen of overheidsgebouwen moet worden aangemoedigd. Een positief neveneffect is bovendien dat er zo opnieuw bewoning komt in voorheen monofunctionele blokken. Dit mogelijk maken betekent wel dat de procedures die de overheid moet volgen om terrein te verwerven, aanbestedingen uit te schrijven, samenwerkingsverbanden aan te gaan, moeten vereenvoudigd worden. Woningbouwprojecten zouden voorrang moeten krijgen in vergunningsprocedures.

- De woonzekerheid van personen boven de 45 jaar, die vaak in een nieuwe samenstelling een gezinswoning zoeken, kan verbeteren door het aanbieden van hypothecaire leningen. Deze doelgroep wordt door gewone financiële instellingen vaak afgewezen of moet extra voorwaarden aanvaarden die hen benadelen op de woonmarkt.

- Het systeem van renovatiepremies moet herzien worden. Er moet een differentiatie komen naar grootte van de premie afhankelijk van het inkomen en grootte van het huis. Ook mensen die een nieuwe woning optrekken op een verkrotte kavel moeten er recht op krijgen. Ten slotte moeten er ook voorwaarden verbonden worden aan de aard van de renovatie, zodat nuttige investeringen in isolatie en energiezuinigheid hierin hun plaats krijgen.

Naar analogie met de lokale werkwinkels, komen er lokale woonwinkels. Men kan hier terecht voor alle informatie omtrent wonen: het aanvragen van een sociale woning, renovatiepremies, bouwvoorschriften en ecologische bouwtips, … Door een professionele, neutrale begeleiding kunnen veel mistoestanden bij bouwen, verbouwen en verhuren vermeden worden. Een woonwinkel adviseert eigenaars en huurders ook over hun rechten en plichten, en bemiddelt bij onmin over terugbetaling van waarborg, uitblijven van herstellingen etc.
Ongezonde en leegstaande woningen kordaat aanpakken

Van onbewoonbaar verklaard tot onverklaarbaar bewoond. Met overvolle opvangcentra, huisjesmelkers, ellenlange wachtlijsten voor een sociale woning, krakers, noodgedwongen campingbewoners en een niet-aflatende druk om de nog resterende open ruimte ‘aan te snijden’ is leegstand en verkrotting onaanvaardbaar. Ongezonde en leegstaande woningen heb je zowel in openbaar bezit en sociale woningen, als in privé-eigendom of bij maatschappijen. Soms komen ze geconcentreerd voor in bepaalde wijken of straten. Op dergelijke plaatsen biedt een individuele renovatie niet echt een oplossing en moeten deze ‘rotte plekken’ structureel aangepakt worden.

Daarom wil Groen! krachtige instrumenten om leegstand te bestrijden:

- Een goed functionerende inspectiedienst spoort actief verwaarlozing en leegstand op en neemt contact op met de eigenaars om deze tot activering van het pand aan te zetten. Wonen boven winkels wordt aangemoedigd. In de grote steden moet er een meldpunt komen waar omwonenden huisjesmelkerij of andere mistoestanden uit hun buurt kunnen melden.

- Meer dan vijf jaar leegstand zonder concrete renovatieplannen geeft aanleiding tot de verkoop van de woning in kwestie. In deze gevallen bestaat een recht op voorkoop voor sociale of publieke doeleinden.

- Een strengere strafmaat voor wie onbewoonbare panden illegaal verhuurt. Via de strafprocedure wordt ook het herstel van de woning gevorderd. Bij het voor bewoning verhuren van garages, kelders, loodsen of stallen wordt er een onmiddellijk woonverbod uitgevaardigd en moet het pand verzegeld worden. Bij manifeste wanpraktijken wordt het pand in beslag genomen.

- Panden die in te slechte staat zijn worden niet opgelapt, maar dienen ter vergroening van de buurt of voor (sociale) nieuwbouw. Stadsvernieuwingsprojecten moeten meer middelen krijgen om op plaatsen met veel verkrotting innoverende woningbouw mogelijk te maken.

- Alle leegstand of onderbenutting van openbare woningen wordt in versneld tempo weggewerkt. De overheid kan niet geloofwaardig optreden tegen leegstand in privé-handen als zijzelf in gebreke blijft.

- Een flankerende sociale politiek geeft aan daklozen, krakers, matrassenhuurders of krotbewoners een aanspreekpunt, zoekt naar een alternatief. Uitgezette huurders wordt een tijdelijke transitwoning aangeboden, terwijl er actief wordt gezocht naar een passende woning. Herhuisvesting kan aangerekend worden aan de verhuurder.


De openbare en sociale woningen op rechtvaardige en ecologische wijze beheren

Zelfs bij redelijker prijzen op de privé-markt is het instandhouden en versterken van het systeem van sociale huisvesting noodzakelijk. Lage lonen en vervangingsinkomens houden geen gelijke tred met de levensduurte. Er zullen altijd mensen zijn die de hulp van de overheid hard nodig hebben om menswaardig te kunnen leven. Het is een maatschappelijke kost waar niet op mag beknibbeld worden. Wat niet wegneemt dat de sociale huisvesting de toegekende middelen verstandig moet beheren… door milieuvriendelijke maatregelen bijvoorbeeld.

Daarom wil Groen! de sociale huisvesting verstevigen:

De huidige sociale huisvestingsmaatschappijen moeten omgevormd worden naar woningcorporaties, die actief inspelen op woningaanbod en woonbehoefte. Zij streven naar samenwerking tussen alle actoren die op het terrein van de niet-marktgebonden huisvesting actief zijn. Zolang de krapte op de sociale woningmarkt aanhoudt, is het niet wenselijk dat sociale huisvestingsmaatschappijen hun patrimonium verkopen. Alle woningen die in publieke handen zijn worden verhuurd tegen sociaal vriendelijke tarieven.

- De sociale verhuurkantoren moeten hun activiteiten uitbreiden door ook leegstaande of half ongebruikte panden aan te spreken. Kosten voor verbouwing of onderhoud kunnen financieel ondersteund worden mits er sociale huurvoorwaarden aan gekoppeld zijn.

- De sociale huurwoningbouw moet opgedreven worden. Nieuwe sociale woonprojecten zijn kleinschalig en verstandig ingeplant, waarbij spreiding over alle wijken geen taboe is. Bij renovatie en bouw van sociale woningen wordt geïnvesteerd in energie- en waterbesparende maatregelen, zodat de woonlasten kunnen dalen.

- Een eerlijk berekeningssysteem voor huurprijzen. Huursubsidies zijn in de sociale sector zo opgevat, dat ze de woningcorporatie of huisvestingsmaatschappij een basishuur garanderen. De allerarmsten mogen niet uit de boot vallen omdat de sociale huisvesting in slechte papieren zit.

- Ghettovorming tegengaan door genoeg diversiteit onder de bewoners na te streven. Er moet ook genoeg variatie zijn in het aanbod, zodat ook mensen met een handicap, éénpersoonshuishoudens, grote gezinnen etc. er hun plaats vinden. Woonkwaliteit verbeteren door bewonersinspraak en –betrokkenheid te organiseren.

Duurzaam bouwen, verbouwen en kwaliteit van de woning

Op bouwwerven wordt veel overtollig materiaal weggegooid. Zeker als men van oude gebouwen alleen de façade of het skelet spaart, wordt er teveel als ‘puin’ afgevoerd dat nog hergebruikt zou kunnen worden. Ook het gebruik van nieuwe materialen en technieken maken budgetvriendelijker woningen mogelijk. Maar ook inzake gezondheid van de woning kan er veel verbeteren. Binnenhuisvervuiling wordt een ernstig gezondheidsrisico. Denk maar aan de winterse CO-vergiftigingen of de miserie die we nu kennen met het vroeger zo populaire asbest! Een mens heeft toch ook recht op gezonde lucht binnen een gebouw?

Daarom wil Groen! meer ecologische reflexen in de bouwsector:

- EenKyoto-premie voor een energievriendelijk huis. Stimuli voor energie-efficiëntie moeten centraal staan in het subsidiëren van bouwen en renovatie. Ook collectieve inspanningen zoals de ‘klimaatwijken’ moeten worden beloond.

- Isoleer nu, betaal later. Dat kan door een algemeen toegankelijk systeem van prefinanciering van investeringen in isolatie door gezinnen. Gezinnen betalen de isolatiekost geleidelijk terug op basis van de bezuiniging van de bestaande energiefactuur.

- Bij de opleiding van mensen in de bouwsector hoort een module over ecologisch bouwen in al zijn aspecten: gebruik van milieuvriendelijke materialen, efficiënt ruimtegebruik, energie- en waterzuinigheid, … In de opleiding van gezondheidswerkers moet er dan weer meer aandacht komen voor milieu en gezondheid in het algemeen, en de binnenhuisproblematiek in het bijzonder.<</p> - Gespecialiseerde, door de overheid gesubsidieerde bouwteams (verbonden aan de woonwinkel, bijvoorbeeld) staan bouwers en verbouwers bij met tips over verluchting, verlichting, verwarming van de woning, gebruik van gezonde materialen etc. Zij stimuleren nieuwe vormen van wonen en origineel gebruik van de ruimte, van oude en nieuwe bouwtechnieken en duurzame materialen.

- Maximaal vergroenen van de bebouwde oppervlakte (gevelgroen, groendaken, …) en gemeenschappelijk gebruik van tuinen.

- Aandacht voor de kwaliteit van het binnenhuismilieu. Mensen worden soms ook ziek door een slechte ventilatie, vocht, ondoordacht gebruik van schadelijke onderhoudsproducten etc. Een milieu-inspectie-aan-huis kan bij gezondheidsklachten langsgaan om een eventuele vervuilingsbron op te sporen en aan te pakken.

- Een centraal atelier voor het scheiden en hergebruik van bouwmaterialen.

Woonplaats en leefomgeving in harmonie: behoudt de open ruimte!
Wij geloven in een platteland dat leefbaar en groen blijft en haar open karakter behoudt, we geloven ook in leefbare steden waar groen en open ruimte aanwezig is. Studies hebben uitgewezen dat er voor elke stadsbewoner 30m² groen moet zijn, om van een gezonde omgeving te spreken. Dit impliceert dat er efficiënt zal omgesprongen moeten worden met zowel de open als de reeds bebouwde ruimte. Ook het milieu is een belangrijk element voor kwalitatief wonen. Om dichter bij dit ideaal te komen moet er nu ingegrepen worden op plaatsen waar het bouwen alle ruimte heeft ingenomen en moeten we ontsporingen in de toekomst vermijden. Ook zij die na ons komen hebben recht op ruimte!

- Een onderzoekssteunpunt voor grond- en woonbeleid bezorgt het beleid actuele gegevens en wijst op bepaalde evoluties in het woongebeuren. Nu is de informatie waarop het beleid gestoeld moet worden fragmentair en snel achterhaald, hetgeen een handicap is voor het vaststellen van de regionale woonbehoeften en bijsturen van het beleid.

- Op duurzaamheid en leefbaarheid geïnspireerde ruimtelijke structuurplannen zijn geen eenmalige operatie maar een instrument voor een evenwichtig grond- en woonbeleid. Een grondbeleidsplan verhoogt de kwaliteit van het ruimtegebruik, en dient op lokaal vlak als handleiding voor planning en vergunningen.

- Een efficiënt woonbeleid kan niet zonder een volwaardig stedenbeleid. De ruimtelijke visie van hoe en waar woningen worden ingeplant hoort thuis in een groter verhaal dat ook kijkt naar hoe mensen leven, waar ze werken, hoe we bewoningsconcentraties inkleuren, buurtleven koesteren etc. Naast de woonfunctie, is het ruimtegebruik in Vlaanderen ook sterk bepaald door economische activiteit. Daarom hebben we ook nood aan een voldragen visie op plattelandsontwikkeling en mobiliteit.

- Gedifferentieerd en creatief bouwen laten ook in dichtbevolkte wijken wat vrije ruimte toe. Door bijvoorbeeld uitpitting wordt er meer speel- en ontmoetingsruimte gecreëerd. Via duplex-woningen (één etage hoger bouwen!) kan eenzelfde aantal mensen een relatief minder - Vaste standaarden omtrent bereikbaar groen. Als er bvb. binnen een straal van 500 m² geen speelpark is, moet er een worden gecreëerd. Deze kunnen verbindingselementen tussen buurten zijn. Bij elke stad willen we een stadsbos. Herwaardering van volkstuintjes en buurttuinen. Groen in de stad moet multifunctioneel en polyvalent zijn. Tuinieren hoort daar ook bij. Waarom niet gekoppeld aan een educatief of sociaal project?

- Meer water in de stad. Heropen de gedempte waterlopen. Water vervult een belangrijke rol in het stadsweefsel. Naast esthetische en milieuvoordelen, is open water ook goed voor een beter beheer van de waterhuishouding.

- Publieke ruimte is noodzakelijk in het stedelijk weefsel. Open ruimte is meer dan een plaats waar tuinlozen de benen kunnen strekken; het gaat om een ontmoetingsplaats. Naast markten, parken, speelpleintjes en sportveldjes, moet ook de straat als publieke ruimte geherwaardeerd worden. De verkeersdrukte dwingt mensen, kinderen vooral, teveel tot thuiszitten. De publieke ruimte is er in de eerste plaats voor de bewoners en is niet gecommercialiseerd. Ook in kleinere gemeenten is er nood aan toegankelijk publiek domein. Het is niet omdat de mensen er individueel meer ruimte hebben dat de nood aan gemeenschappelijke ruimte weg is. Door een samenwerking (bvb. hulp bij het onderhoud) tussen de overheid en privé-eigenaars van grote open ruimten (de boomgaard van de pastorie, de speelplaats, het kasteelpark, het , …) kunnen we deze ruimten ontsluiten voor publiek gebruik.

De woonplaats en hoe we samenleven Ieder heeft de vrije keuze van woonplaats, maar toch merken we dat niet alle inwoners echt vrij zijn om te gaan wonen waar ze willen. Niet alleen de betaalbaarheid of de kwaliteit van de woning, maar ook hoe we samenleven is een belangrijk element. Hierin staan betrokkenheid en inspraak van de bevolking, toegankelijkheid, diversiteit en buurtleven centraal. Het is niet meer wenselijk dat grote residentiële projecten ontwikkeld worden zonder dat deze geïntegreerd zijn binnen een woonbeleid of zonder betrokkenheid van de omwonenden. Het is niet normaal dat de publieke ruimte van bovenaf ingekleurd en beheerd wordt zonder de bewoners daarin een rol te geven. Wonen moet in alle opzichten voor iedereen prettig zijn. Dat wil zeggen in een leefomgeving waar contacten tussen bewoners en bevolkingsgroepen mogelijk zijn en waar er voldoende gemeenschapsvoorzieningen de buurt levend houden.

Daarom wil Groen! werken aan de kwaliteit van de leefomgeving!

- Het beleid moet bij haar ruimtelijke planning van wijken aandacht hebben voor maatschappelijke voorzieningen zoals een zitbank, een ontmoetingsplaats, een basketbalpleintje, een buurtwinkel, … Mensen worden nu te vaak hun auto ingejaagd omdat er te weinig woonfaciliteiten in hun directe leefomgeving zijn. Bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen moet er oog zijn voor invullingen die de woonfunctie ondersteunen. Zo moeten kleine KMO’s zoals bakkers en kappers zich ook in woonverkavelingen en sociale woonwijken kunnen vestigen. Zij zijn een surplus en geen bedreiging voor de plaatselijke levenskwaliteit.

- Gelijkmatige spreiding van buurtvoorzieningen zoals kinder- en ouderenopvang, sport- en ontspanningsinfrastructuur, gezondheids- en welzijnsdiensten, openbaar vervoer.

- Bij wijkontwikkelingsplanning hoort ook een sociale blauwdruk die een goed beeld geeft van de sociale en demografische mix van de betrokken wijk. Er worden aanbevelingen geformuleerd om aan bepaalde noden tegemoet te komen. Zo kunnen investeringen in achtergestelde buurten aangemoedigd worden door bij voorbeeld lagere registratierechten te heffen bij aankoop van een gezinswoning.

- Ouder wordende mensen en gehandicapte personen hebben nood aan een aangepaste woning en woonomgeving. Personen die hun huis in die zin aanpassen, moeten op een tegemoetkoming kunnen rekenen, zodat ze in hun eigen woonomgeving kunnen blijven, en niet noodzakelijk moeten verhuizen naar een ‘residentiële voorziening’. Ook aanpassingen van de straat, zoals het kinderwagen- of rolstoelvriendelijk maken van de stoephoogte of de oversteekplaats, verdient stimulansen van overheidswege.

- Terugdringen van verkeersdrukte in woonbuurten. Straten kunnen woonerven of speelstraten worden tijdens vakanties en op woensdagnamiddag. Trage wegen en fietsroutes geven bewoners de kans om veilig en stressvrij de stad te doorkruisen. De doortocht van vrachtwagens wordt uit de dorpskom geweerd.

- Via wijkoverleg of wijkbudgetten de bewoners meer inspraak geven over hun buurt, welke veranderingen zij wensen of hoe zij daaraan mee willen werken. Ruimte geven aan gezamenlijke projecten die het buurtleven ten goede komen. Het wijkoverleg kan ook een plaats zijn waar bepaalde samenlevingsconflicten worden besproken in aanwezigheid van de betrokkenen, niet bij wijze van een beschuldigend volkstribunaal, maar als forum waar ieders mening wordt gehoord en waar in overleg naar een oplossing wordt gezocht. Het is ook de plaats waar bewoners afspraken maken over het beheer of de inrichting van de in hun wijk gelegen publieke ruimte

De buurtschool heeft een belangrijke rol in de maatschappij. Men leert er elkaar kennen en appreciëren. Scholen kunnen ook een buurtfunctie ontplooien buiten de schooluren. Zo kunnen speelplaats, vergaderruimte en sporthal bepaalde leemten opvullen in het dorp of de wijk. Ook kan schoolopbouwwerk georganiseerd worden, waardoor ouders van schoolgaande kinderen een duwtje in de rug krijgen.